Category Archives: Tennis

Schermafbeelding 2017-01-21 om 02.30.56

Een setje verkopen, natuurlijk gebeurt dat

Algemeen Dagblad – Matchfixing is in de lagere regionen van het proftennis soms een noodzakelijke bron van inkomsten. ‘Een wedstrijd winnen voor een paar tientjes of verkopen voor 5000 euro?’ 

Sander Collewijn en Koen Voskuil – Rotterdam

In het donker rijden twee Armeense dertigers, van wie één een oud-profvoetballer, langs gokzuilen in Valencia. Steeds zetten ze geld in op de wedstrijden van twee Nederlandse proftennissers die de middag erop een challengertoernooi in de Finse stad Tampere spelen. Matchfixing is in de lagere regionen van het proftennis soms een noodzakelijke bron van inkomsten. ‘Een wedstrijd winnen voor een paar tientjes of verkopen voor 5000 euro?’ De Armeniërs wedden met grof geld dat proftennissers Antal van der Duim en Boy Westerhof in twee sets zullen verliezen van hun iets lager geplaatste tegenstanders. De dag erop komen hun voorspellingen uit: Van der Duim verliest met 0-6 en 2-6 van de Fransman Elias Ymer. Westerhof brengthet er met 4-6 1-6 tegen de Serviër Pedja Krstin niet veel beter vanaf. Bij meer dan twintig online gokaanbieders als Bwin, 888 en Pinnacle Sports rinkelen die dag de alarmbellen. Ze kunnen het vreemde gokgedrag niet verklaren en nemen de weddenschappen, onder verdenking van matchfixing, uit de handel.

Inside-informatie

Zowel Van der Duim als Westerhof zegt zich niets onreglementairs aan de wedstrijd te kunnen herinneren. ,,Hoe het kan dat er vreemd op die wedstrijd is ingezet? Ik heb geen flauw idee,” zegt Antal van der Duim. ,,Raar gokgedrag kan altijd voorkomen,” zegt Boy Westerhof. ,,Misschien denkt iemand over inside informatie te beschikken? Ik heb daar alleen niets mee te maken. Ik ben blij dat de TIU het uitzoekt.” Uitgerekend Van der Duim enWesterhof, van wie de Tennis Integrity Unit ook een onderlinge partij uit 2014 op matchfixing onderzoekt, zeggen nooit een omkooppoging te hebben ondervonden. Het AD sprak met veertien van de zestien spelers die in de mondiale ATP-top 1000 genoteerd staan. Zeven van hen zeggen wel door matchfixers te zijn benaderd. ,,Ik ben een keer in Engeland persoonlijk aangesproken voor het fixen van een wedstrijd in een futuretoernooi voor 2500 euro,” vertelt een Nederlandse proftennisser, die gestaag stijgt op de wereldranglijst. ,,De bedragen in challengers en ATP-toernooien zijn tien keer zo hoog.’’ ,,Drie keer kreeg ik via Facebook een berichtje of ik wat extra geld wilde verdienen. Door accounts die daarna snel verwijderd werden,” zegt een Nederlandse proftennisser. Om juridische redenen blijven de tennissers in het AD-onderzoek anoniem. Elke poging tot omkoping moeten ze melden aan de tennisbond. In de praktijk laten de meesten dat achterwege.

In een onderzoek van 2013 in opdracht van VWS-minister Edith Schippers gaf slechts 4 procent van de Nederlandse topsporters aan een omkooppoging te hebben meegemaakt. Hoogleraar sport en recht en matchfixingonderzoekster Marjan Olfers verklaart dat verschil als volgt: ,,Het onderwerp werd toen nog nauwelijks besproken. Inmiddels raakt het taboe eraf. Bovendien is tennis gevoeliger voor matchfixing dan een sport als voetbal.’’ Olfers oordeelt keihard over het fenomeen matchfixing. ,,Het is erger dan doping. De kern van sport is dat de uitslag van tevoren niet vaststaat. Als dat wel zo is, kijk je naar een circusvertoning.” Toch zeggen elf van de veertien top 1000-spelers zeker te weten dat omkoping in het tenniscircuit voorkomt. ,,Matchfixing gebeurt 100 procent zeker in het tennis.Vooral in dubbels,” zegt Scott Griekspoor, de nummer 322 van de wereld. ,,Je hoort verhalen van de jongens die wel en niet in de matchfixing zitten.” Omkoping komt met name voor in de onderste regionen, bij de futuretoernooien. Daar spelen de tennissers die dromen van de Wimbledonfinale, maar ondertussen moeten schrapen voor vliegtickets naar toernooien met prijzengelden van 800 euro voor de winnaar.

Achterlijk

,,Het is alleen maar investeren totdat je minimaal 300ste staat van de wereld,” weet Paul Monteban, de nummer 777 van de wereld. ,,Voor sommige spelers is het een verleidelijke keuze: zal ik een dubbeltoernooi winnen voor tientallen of enkele honderden euro’s of een wedstrijd verkopen voor 5000 euro?” In de futures zijn dan ook het eerste kwartaal van 2016 de meest verdachte partijen gemeld bij deTennis Integrity Unit. 24 bij de mannen, 10 bij de vrouwen, zo’n driekwart van de intotaal 48 verdachte partijen. In challengers gaat het om 12 partijen, op de ATP-tour om nul. De talentvolle Amsterdammer Colin van Beem (24) speelde in april in Marrakech een futurewedstrijd aan de tennisbond. In de praktijk laten de meesten dat achterwege. In een onderzoek van 2013 in opdracht van VWS-minister Edith Schippers gaf slechts 4 procent van de Nederlandse topsporters aan een omkooppoging te hebben meegemaakt. Hoogleraar sport en recht en matchfixingonderzoekster Marjan Olfers verklaart dat verschil als volgt: ,,Het onderwerp werd toen nog nauwelijks besproken. Inmiddels raakt het taboe eraf. Bovendien is tennis gevoeliger voor matchfixing dan een sport als voetbal.’’ Olfers oordeelt keihard over Ik kreeg een bericht op Facebook, of ik wat geld wilde verdienen —Anonieme proftennisser tegen de 31-jarige Marokkaan Lamine Ouahab, een cultheld binnen de tenniswereld. Zowel Van Beem als zijn reismaatje Lennert van der Linden won de eerste set, maar verloor daarna kansloos de tweede en derde. ,,Hij zal het eerste setje wel verkocht hebben, dachten we allebei,” aldus Van Beem. ,,Iedereen lult met elkaar.We zijn niet allemaal achterlijk. Matchfixing gaat als een lopend vuurtje door het circuit.”

Naïef

Meerdere spelers zeggen te zijn benaderd via sociale media. ,,Ik kreeg een bericht op Facebook, of ik wat geld wilde verdienen. Ik ben daar niet op ingegaan en daarna is dat account verwijderd,” zegt een speler, die schrikt van zijn eigen woorden. ,,Ik had dit eigenlijk moeten aangeven natuurlijk.” Als iemand via Facebook aan een tennisser vraagt hoe het met zijn enkel gaat, is dat dan een gokker of een oprechte fan? Robert Jan Schumacher, woordvoerder van de Nederlandse tennisbond KNLTB, geeft aan hoe lastig en ingewikkeld de materie is. ,,Een tennistalent kan ook naïef zijn natuurlijk, dus dit draait om bewustwording en daar proberen wij aan mee te helpen. We informeren onze tennissers zo veel mogelijk over dit soort criminaliteit.” ,,Verdacht gokgedrag alleen maakt een speler niet schuldig,” zegt Schumacher. ,,Aan de andere kant leeft er frustratie bij de bond, om zo veel indirect bewijs te zien zonder dat er kant en klaar bewijs uit komt. Wij willen ook dat de rotte appels eruit geplukt worden.”

VERDACHT

  • Tampere, 22 juli 2014. Antal van der Duim verliest in twee sets van Elias Ymer. Boy Westerhof verliest in twee sets van Pedja Krstin. Op beide uitslagen was opvallend veel ingezet.
  • Meerbusch, 11 augustus 2014. Van der Duim wint na een set en een break achterstand van Westerhof. Er zijn tonnen op ingezet.
  • *San Juan, 14 oktober 2014. Thiemo de Bakker verliest op zijn favoriete gravel van de lager geklasseerde Gianni Mina. Veel gokkers hadden dat voorspeld. *Deze wedstrijd is een dag na publicatie van dit artikel als niet meer verdacht aangemerkt door de TIU.
  • Turijn, 19 april 2016. Mark Vervoort dubbelt met de Belg Yannick Mertens tegen de Italianen Eremin en Sonego. Ze verliezen in twee sets. Er wordt tijdens de wedstrijd verdachte gokpatronen en extreem hoge inzetten geconstateerd.
IJBURG

In Amsterdam bloeit het tennis

De tennissport zit landelijk in een crisis – de KNLTB ging in de periode 2009-2014 van 695.000 naar 605.000 leden – maar Amsterdam blijkt het enige gebied in Nederland waar het tennis bloeit, met een groei van 13 procent in dezelfde periode. De wachtlijsten binnen de Ring puilen uit, de huurprijzen van banen stijgen en er is behoefte aan meer tennisparken, blijkt uit onderzoek van Het Parool.

Rara, hoe kan dat? Het Nederlandse tennis hobbelt niet alleen qua prestaties van onze topspelers van teleurstelling naar teleurstelling – we wachten al twee decennia op een nieuwe Richard Krajicek, maar ook de dalende ledenaantallen hebben al meerdere alarmklokken doen rijzen bij tennisliefhebbers en het bondsbureau in Amersfoort. Fitness en hardlopen vormen al jaren een serieuze bedreiging voor het tennis en zijn – op Zuidoost na – in elk stadsdeel in Amsterdam ook de populairste sporten. Zij zijn de laagdrempelige en serieuze concurrenten van het traditionele tennis, waar je nog altijd entreegeld, contributie en lessen moet betalen als je serieus aan de slag wilt gaan.

Parool artikel

Maar ondanks die concurrentie wil de Amsterdammer maar wat graag tennissen, blijkt uit cijfers van de KNLTB. In Zeeland daalde het aantal leden van 16.701 in 2009 naar 12.824 in 2013, een daling van 23 procent. In diezelfde periode steeg het aantal leden in Amsterdam van 17.241 naar 19.485 – een stijging van 13 procent, en dat betreft alleen de officiële aantallen zonder de mensen die af en toe een tennisbaan huren en geen lid zijn van een vereniging. De komende jaren zal dit aantal alleen maar groeien, blijkt uit de wachtlijsten van clubs als ALTC Joy Jaagpad, TV Tie-Breakers, VVGA en LTC Festina in het Vondelpark, dat berucht is om de wachtlijst die minimaal zeven jaar lang is en waarbij het helpt om te worden voorgedragen door bestaande leden. Anders is een tennisleven in het Vondelpark sowieso niet voor je weggelegd.

“Mijn kinderen stonden allemaal op een wachtlijst, dus toen ben ik maar zelf aan de slag gegaan,” vertelt Roy Dackus, die de krapte op de tennismarkt verlichtte door tennisclub TV IJburg in 2011 op te richten. TV IJburg zorgt mede voor de spectaculaire stijging van het aantal tennissers in Amsterdam. Vanaf de oprichting schoot de club van nul leden omhoog naar meer dan 1100, met zo’n 700 senioren en 450 junioren. “Ik had van een sportbestemmingsplan van de gemeente gehoord. Mijn credo was tijdens het hele proces om een tennisclub te bouwen van IJburg, voor IJburg. Nu zie ik dagelijks zoveel mensen met tennisracketjes naar de club rijden. Dat is geweldig om te zien.”

Maar met het succes van IJburg, dat 30 mei haar spectaculair vormgegeven clubhuis opent, is de krapte nog niet opgelost. Door de schaarste stijgt de baanhuur en ontstaan er nieuwe constructies. Zo is TC Kattenlaan en ATC Sloterplas – een samenvoeging van het oude ATC Slotervaart en WOV – sinds een aantal jaar eigendom van twee makelaars. De gevoelens over die constructie blijken gemengd bij de KNLTB en de gemeente. Een ingewijde van ATC Sloterplas – die niet met zijn/haar naam in de krant wil – vertelt dat er twee jaar gestreden is in verschillende rechtszaken, waarbij de inzet was om te voorkomen dat de eigenaren door de tennisclub heen het park wilden exploiteren, door middel van het innen van hoge sommen van de binnenkomende contributie en het beleid van de vereniging te bepalen. Die rechtszaken zijn gewonnen door ATC Sloterplas en er is nu een nieuwe huurovereenkomst. Maar de nieuwe huurovereenkomst geldt voor twee jaar en het is zeer de vraag of de club op deze locatie net buiten de Ring doorgaat na die periode.

Bij tennisclub TC Kattenlaan in het Vondelpark betalen de leden 415 euro contributie – het dubbele van wat normaal is in de hoofdstad – om elke dag te kunnen spelen. Met 1000 tennissers op vijf banen is de krapte eenvoudig voor te stellen. “De sport moet betaalbaar blijven en daar willen wij als gemeente aan bijdragen. De vraag voor nieuwe velden voor hockey, tennis en voetbal zijn bij ons aangekomen,” zegt een woordvoerder van de gemeente Amsterdam, die actief is op het gebied van sportaccommodaties. “Op basis van het sportaccommodatieplan van de gemeente kan ik zeggen dat we alleen al in Amsterdam-West twintig nieuwe tennisbanen nodig hebben. Ook in Amsterdam-Oost is er krapte,” benadrukt Arie Martijn Schenk, KNLTB verenigingsadviseur voor de districten IJmond en Leiden, de nijpende situatie. “Bij tennisclub Tie-Breakers hebben ze met drie nieuwe banen weer honderd leden kunnen aannemen, maar met meer banen kunnen ze de mensen op de wachtlijst meteen lid maken.”

De krapte bevindt zich vooral bij de tennisclubs in Amsterdam-West, de Watergraafsmeer, en Amsterdam-Zuid. Allemaal verenigingen binnen de ring. Is de populariteit van het tennis in Amsterdam – behalve het banentekort – dan ook een uiting van de veryupping van de stad, aangezien deze drie stadsdelen ook de etalage zijn voor de bakfiets en de hockeystick? Het zou zomaar kunnen, want vorig jaar bleek al dat Amsterdam over dertig kunstgrasvelden te weinig beschikt om alle popelende hoofdstedelingen met hockeyambities te herbergen. Het is helaas toch zo dat de hoogopgeleide autochtoon eerder geneigd is om te participeren in het relatief ‘dure’ tennis, dan mensen van buitenlandse afkomst dat doen. Over de precieze samenstelling naar de Amsterdamse tennispopulatie blijft het slechts gissen, omdat niet iedere tennisclub zijn eigen demografie in kaart heeft gebracht.

Websites in de stad

De op een na grootste stijger van de afgelopen jaren, ALTC Joy Jaagpad, heeft dit wel gedaan met een enquête onder de eigen leden. De club die diep verzonken ligt tegen het knooppunt De Nieuwe Meer is in drie jaar gestegen van 1100 naar bijna 1800 leden in 2014. Het bestuur heeft een wachtlijst ingevoerd, omdat de druk op de banen ’s avonds te groot werd. “Tachtig procent van onze leden is tussen de 25 en 40 jaar oud en tweederde van onze leden is WO opgeleid, met veel spelers met een juridische en medische achtergrond. Maar wij willen juist een club zijn voor iedereen en ik denk ook dat we die sfeer ademen. Vandaar dat wij ook samenwerkingen aangaan met de gemeente om kinderen uit achterstandswijken en mensen met een lager inkomen bij ons te laten tennissen,” aldus voorzitter Tim van der Rijken, die trots is op de wederopstanding van de club die tien jaar geleden leek te verdwijnen van de huidige locatie. Die onrust zorgde voor een ledendaling. Nu vormt de verbreding van de A10 de komende jaren een bedreiging. “We hebben de afgelopen jaren keihard gewerkt aan de sfeer op de club met een nieuwe uitbater van de bar. En we hebben vol ingezet op de jeugd, waardoor er nu ook bijna 200 kinderen tennissen op de club.”

Door sommige Amsterdamse tennisclubs wordt er anno 2015 met enige jaloezie gekeken naar ALTC Joy Jaagpad, waar het terras altijd vol staat en de feesten tot diep in de nacht duren. Interessant is het om te zien dat in Amsterdam veel populaire clubs met wachtlijsten – TV Tie-Breakers, VVGA, ALTC Joy Jaagpad, LTC Festina – bekend staan om hun gezellige clubhuis, waar de prijzen op redelijk niveau liggen. Dat is een groot verschil met verenigingen waar het onmogelijk is voor de kinderen ranja te regelen en door de pachter de prijzen zijn opgeschroefd en de zakelijkheid van het ingehuurde personeel – zonder tennishart – wordt bekritiseerd. Bij die verenigingen waar het clubhuis niet het kloppend hart is van de vereniging, dalen de ledenaantallen. ALTC Joy Jaagpad is wel zo’n club waar je op donderdagavond om half elf na de training binnen vijf minuten opeens met een shotje in je hand staat te dansen. Iets dat de vrij jonge populatie wel plezierig schijnt te vinden. “De tennisclub is je tweede huis en moet de verlenging van je huiskamer zijn,” vindt uitbater Jouke Pieksma, die met zijn oude DJ-helden als Jean, Jurgen en Marcello regelmatig laat optreden op de club.

Binnen de Ring gaat het met meeste tennisclubs erg goed, tegen de landelijke trend in. Dit is buiten de Ring anders. Kleine clubs als TV Geuzenveld (250 leden) en ATC Kadoelen (292 leden, in Amsterdam-Noord) zien hun trotse vereniging langzaam krimpen. Maar de meeste Amsterdammers willen voor een normale prijs binnen de Ring tennissen en daar is het banentekort groot en ook de mogelijkheid om eens langer dan een half uur of drie kwartier – de officiële afhangtijd – te tennissen zonder dat er meteen enthousiaste opvolgers voor ‘jouw baan’ klaar staan klein.

Dat Amsterdam het enige stuk Nederland is waar het aantal mensen met een tennistas op de rug groeit, is binnen de crisis van het Nederlandse tennis wellicht een bron van inspiratie die ook de gemeente inspireert om deze groei structureel te faciliteren. De gemeente schiet daarbij al regelmatig te hulp. Zij financiert een deel van de verbouwing (275.000 euro) van het clubhuis van LTC Festina en hielp financieel bij het vernieuwen van het park van onder andere ALTC Joy Jaagpad en De Meer Tennis. Er is nog een ‘potje’ van 20 miljoen euro in de gemeentekas voor nieuwe sportaccomodaties en nieuwe tennisbanen kunnen daar onderdeel van uitmaken. De mensen van ATC Sloterplas hebben zich al bij wethouder Eric van der Burg gemeld en andere geïnteresseerden met een goed plan kunnen zich melden. Dat die nieuwe club binnen de Ring binnen mum van tijd vol zit met Amsterdamse tennisliefhebbers is in ieder geval zeker. Komende dinsdag worden de eerste plannen voor nieuwe tennisbanen besproken in een besloten collegevergadering.

Bronnen:
Tennis in Nederland (2015, Mulier Instituut)
Sportmonitor 2013 – Inzicht in het sportgedrag van Amsterdammers (2013, Gemeente Amsterdam Bureau Onderzoek en Statistiek)
Situatie tennis in Amsterdam (2013, KNLTB)

Feiten:
-De gemiddelde seniorcontributie bij een Nederlandse tennisclub bedraagt 135 euro. In Amsterdam is dit 216 euro.
-Het gemiddelde ledenaantal van een Nederlandse tennisclub is 366. In Amsterdam ligt dit aantal op 758 leden.
-Tennis is met 605.000 leden de tweede sport van Nederland, na voetbal.
-LTC Festina en ALTC Joy Jaagpad zijn de twee grootste tennisverenigingen van Nederland.
-In hun eigen rapport uit 2013 ‘Situatie tennis in Amsterdam’ heeft de KNLTB het over een banentekort van ongeveer 30-40 banen.

-In 1999 waren er volgens de KNLTB 270 tennisbanen in Amsterdam (met 727.000 inwoners) tegen naar schatting 220 in 2013 (met 780.000 inwoners).

-Het verdwijnen van de roemruchte tennisclub ALTC Popeye Gold Star – waar Richard Krajicek zijn opleiding genoot – in 2009 aan de Zuidas is nooit opgevangen met een nieuwe locatie met tennisbanen, ondanks plannen om in Slotervaart te bouwen.

-Er is behalve een tekort aan buitenbanen ook een tekort aan binnenbanen, waardoor huurprijzen voor een uur tennissen in een hal in de winter zelden onder de 25 of 30 euro te vinden zijn.

-Het epicentrum van het Amsterdamse tennis bevindt zich in Zuid, met clubs als ALTC DDV, ALTC Joy Jaagpad, TC IJsbaanpad en ALTC De Algemene op een steenworp afstand van elkaar, met de clubs ALTC Buitenveldert en TC Amstelpark daar niet ver vandaag, net buiten de ring.

Fernando Verdasco Bastad

ATP Bastad: Monte Carlo in Zweden

Een potje tennissen, daarna even zwemmen in de zee en ’s avonds met de Zweedse elite in een nachtclub staan. Voor de tennisprofs is ATP Bastad een partytoernooi, waar tennis niet per se op de eerste plaats staat. De sfeer is extreem ontspannen en dat maakt het voor de bezoeker ook een feest. En ook voor Spaanse tennissers als Fernando Verdasco, zoals u kunt zien.

Wij dachten dat het gewoon om een leuk toernooi aan de Zweedse kust ging, waar we dagenlang graveltennis konden kijken. Dat was niet zo. Dit was Monte Carlo, en dan nog erger. En juist op deze plek zagen we – zonder andere Nederlanders – hoe ‘we’ werden uitgeschakeld op het WK voetbal, tegen Argentinië.

In de Zweedse kustplaats Bastad scheen de Zweedse adel vroeger altijd de profvoetballers te ontmoeten. Dat hoorde ik pas na onze tennisreis, maar eigenlijk verbaasde dit ons niet. De honderden, zo niet duizenden Zweedse jonge meisjes die in vol ornaat paraderen langs de verschillende bizarre grote jachten. De bolides, waarbij onze gehuurde Volkswagen up! (Ik heb op Google gekeken, je schrijft up! echt met een hoofdletter. Ik doe het ook liever niet) in het niet viel. Niet voor niets dat ATP Bastad gesponsord wordt door Mercedes. Ik had al eerder goede verhalen over Bastad gehoord, en dan voornamelijk dat de tennissers dat zelf nogal een mooi toernooi vinden. Tel daarbij de locatie aan zee op en een leuke roadtrip door Zweden, en de keuze voor het bezoeken van Bastad was snel gemaakt toen m’n goede vriend Ardan en ik deze trip planden naar Denemarken en Zweden.

atp-bastad-305x175

Mats Wilander

Vanaf de Zweedse snelweg word je bij de afslag Bastad al getrakteerd op een heerlijke groene oase. Landelijk, en je vraagt echt meteen af waar het tennistoernooi dan is. Nou, dat vonden we dus niet snel. Zelfs met de zee in zicht, was eigenlijk nergens aangegeven waar dit ATP-toernooi plaats vond. Eigenlijk is het behalve de grote parkeerplaats met voornamelijk BMW’s, Audi’s en Mercedessen nergens aan te herkennen. Na een paar keer vragen namen we een klein straatje, waar aan het einde dan toch het kleine stadion aan zee stond. Toen we binnenliepen aan het einde van de dag was de kaartcontrole nergens te bekennen. En eigenlijk hebben we de volgende dag nooit ons kaartje hoeven te laten zien. Toen we voor de eerste keer het stadionnetje binnenliepen waren daar John McEnroe en Mats Wilander aan het dubbelen. Dat vonden we wel een mooie binnenkomer en zou de opmaat zijn van een paar mooie dagen. Wilander oogt trouwens fitter dan menig tennisprof, dus ons respect – naast dat hij met prachtvrouw Annabel Croft het tennis altijd mooi duidt – heeft hij na deze trip nog meer.

IMG_4990

Avondgloren in Bastad

Terwijl de avond viel werd het strand steeds leger (foto boven), maar liepen de terrassen langzaam vol met gele en rode broeken. In Nederland zouden we het publiek ‘yuppen’ noemen. Je kunt ze ook de elite noemen: langzaam veranderde Bastad – overdag leek alles nog normaal op het strand qua publiek – in het Monte Carlo van Zweden. Rijke, rijke, rijke, hele rijke mensen. Die er allemaal tiptop uitzagen. Echt elite kon je ze ook weer niet noemen, omdat je het gevoel had dat je af en toe meer met nouveau riche te maken had dan mensen met smaak. Beschaafd rijk en ordinair rijk liep hier een beetje door elkaar heen, zo in de haven van Bastad. Volendam meets Wassenaar. Ronduit hilarisch waren de Zweedse deernes, die zich massaal en in groepjes aan het grote publiek toonden. Het uitzicht vanaf de zijkant was spectaculair. Een soort catwalk, waarbij de volledig getunede meisjes, in de heerlijkste jurkjes, zichzelf verkochten aan de rijke aanwezige mannen. Mannen die geen gehuurde Volkswagen up! rijden, in ieder geval. Twee gemene delers bij de jonge vrouwen: uiterlijk ronduit schitterend. Oogopslag doods. Je kunt het ook de oogopslag van de golddigger noemen. Gehaaid, de ogen schichtig van links naar rechts: wie draagt het mooiste klokje en de duurste schoenen? Wie is er bekend en wie is er professioneel tennisser?

In het cluppie met Andujar

Om een lang verhaal kort te maken: wij twee gezonde Nederlandse jongens keken onze ogen uit daar in dat gekke Bastad. Toen we de laatste avond ook nog naar de club gingen (de nachtclub, niet de tennisclub) beleefden we de apotheose van ons bezoek aan het Monte Carlo van Zweden. Na tien minuten in da club zei ik tegen Ardan: “Ik vind de mensen in een club in Las Vegas of de Bahama’s echt heel gezellig, vergeleken met deze mensen hier.”

Ik overdreef niet. De sfeer in de club, die bestond uit twee delen – en waar er nog een extra verdieping was, maar daar stond een uitsmijter – zou ik willen omschrijven als La Grande Bellezza Junior. In deze bijzondere film is er in het begin een dancescene die vooral surrealistisch aanvoelt. Vervreemdend. Zo voelde het ook in Bastad. Alsof ik naar een surrealistische film aan het kijken was, waarbij de mensen alleen maar met zichzelf bezig waren. Geen oog voor anderen, voor emoties, of wat dan ook. Mensen die acteren, in plaats van zijn.

https://www.youtube.com/watch?v=b6cI1crJBFU

Dat wil niet zeggen dat je geen plezier kunt hebben natuurlijk. Ik zag het allemaal als een sociologisch experiment en wentelde me in de decadentie. We genoten van de vrouw die speciaal voor de Zweedse elite in de club aan het plafond hing en allemaal trucjes deed die je vriendin niet kan (of wil doen). In de andere area van de club was er een gitarist die meespeelde met de DJ (een Aziaat, de enige in heel Bastad, tenzij je mijn Indonesische DNA meerekent).

IMG_4967

Ik zag de allermooiste vrouw van de club om de Spaanse tennisser Pablo Andujar heen hangen. Andujar, die met zijn korte broek, hoog opgetrokken sokken en Timberlands het minst fashionable was gekleed van iedereen in de club. Hij vermaakte zich wel. En misschien was ik wel jaloers. We zagen een andere bekende tennisser, die een wat minder fraai exemplaar (dat is echt moeilijk te vinden daar) om z’n arm had hangen. Ik lachte me kapot. ATP Bastad, een mooi toernooi voor de doorgewinterde graveltennisser, die af en toe ook eens wat stoom wil afblazen naast de tennisbaan.

Wat volgde was een klassiek einde aan de avond, toen twee hardcore tennisfreaks uit Nederland La Grande Bellezza Junior verlieten, naar de parkeerplaats liepen en in hun gehuurde Volkswagen up! stapten. We moesten om drie uur ’s nachts nog dertig kilometer rijden naar het noordelijk gelegen Halmstad, omdat er geen goedkope Airbenb meer te vinden was in Bastad. Wij sliepen in een cabine in de tuin van een huis in een of andere woonwijk. Dus.

Andy-Murray-Rotterdam-2014-R2_3083313

Andy Murray is geen publiekstrekker

Als je dan toch lastminute een vervanger moet aantrekken voor Australian Open-kampioen Stanislas Wawrinka – ‘the man of the hour’ – dan doe je het op het oog fantastisch met heersend Wimbledon-kampioen Andy Murray. Maar dat de Schot geen Roger Federer of Rafael Nadal is bleek uit de halflege tribunes in Rotterdam.Andy-Murray-Rotterdam-2014-R2_3083313

Blijkbaar kun je als tennistoernooi over het allersterkste deelnemersveld beschikken met vijf tennissers uit de mondiale top-10 en dan als toeschouwer nog het gevoel hebben dat er iets mist. Nederlanders gaan niet vanuit Groningen, Zwolle, Bergen op Zoom, Venlo, Breda of Buren met de trein of de auto naar Rotterdam reizen om Andy Murray te zien of Tomas Berdych, Richard Gasquet of Marin Cilic. Nee, voor de gemiddelde Nederlander is er maar één tennisser waar je een kaartje voor wilt kopen en dat is halfgod Roger Federer.

De man met de meeste Grandslam-titels, het mooiste tennis, de beste speler aller tijden, met het besef dat hij niet eindeloos blijft tennissen. Vorig jaar trilde de lucht gewoon net wat meer in die oude bak die Ahoy onderhand is. Trillende lucht omdat Roger Federer, zoon van God, aanwezig was om ons, zijn tennisdiscipelen, weer even te laten zien hoe de ideale tennisser speelt. De handtekeningen- en fotosessies, zijn uitgebreide persconferenties, het hoorde allemaal bij de miljoen euro die de Zwitser ongeveer opstreek in Rotterdam. Maar het was goed besteed geld, het toernooi verbrak ondanks het snelle verlies van Federer tegen de Fransman Julien Benneteau het toeschouwersrecord.

Rafael Nadal, de linkshandige, in alles het tegenovergestelde van Federer, was ook zeker een kijkcijferkanon gebleken in Rotterdam. Nadal is bijna net zo’n grote publiekstrekker als Federer. De nummer 1 van de wereld, maar vooral een icoon, een fenomeen, een killer met een extreem hoge aaibaarheidsfactor. “It was tough match,” zegt de visserszoon als hij weer eens iemand met 6-0 6-1 van de baan blaast. “It’s gonna be tough, but I’ll try my best,” is het mantra van Nadal. Het voelt nauwelijks geforceerd aan. De eeuwige underdog, dat is gewoon de rol die de Spanjaard met z’n broze knieën altijd met verve speelt. Ook als hij al zeshonderd keer van Federer achter elkaar heeft gewonnen. “It’s gonna be though. but I’ll try my best,” je ziet het hem voor de spiegel oefenen. Net als die honderd keer aan z’n haar zitten en aan z’n bilnaad. Hoort er allemaal bij.

Nadal is een soort action figure poppetje dat je bij de Bart Smit kan kopen, maar dan met een ziel. Een ziel van nederigheid, nooit opgeven en snoeihard werken om iets te bereiken. Het spreekt ons allemaal aan. Hij doet wat wij – mislukte tennissers met mislukte forehands en angst om te verliezen – niet meer ambiëren of nooit kunnen: de mentaal allersterkste ter wereld zijn. Nadal of Federer hadden Ahoy uitverkocht getennist. Of desnoods Novak Djokovic. Die heeft zeker niet zoveel fans als Federer of Nadal, maar hij wil dat zelf wel heel graag. Het is misschien wel één van de redenen dat hij Boris Becker aan zijn coaching staff heeft toegevoegd. En ergens wil de gemiddelde Nederlander liever Djokovic zien dan Murray. De Serviër is een van de meest complete tennissers van zijn generatie, hij scheurt af en toe een shirt kapot, imiteert eens iemand en speelt eigenlijk al bijna een paar jaar foutloos tennis. Vraag is of hij ook daadwerkelijk voor meer kaartverkoop had gezorgd. Want afgelopen week waren de berichten bij de winkels (“veel minder omzet dan vorig jaar”) en op de tribune (“het is hier nooit zo leeg als nu”) vrij depressief. En dat kwam door die chagrijnige Schot die op de baan stond beneden. Een miljoen euro zal hij niet hebben gekregen, maar een paar ton toch zeker wel.

Hij, de Wimbledon-kampioen. De man die vier Grandslamfinales moest verliezen, net als zijn mentor Ivan Lendl. De man met de meest irritante tennismoeder aller tijden. Kijk naar Judy Murray en snap de worsteling van Andy. Hoe moet je als moeder niet je kind aanmoedigen? Nou, zoals Judy, die fanatieker is op de tribune dan Andy op de baan. Andy deelt dezelfde humor als die van Lendl, die nog nooit betrapt is op een grap of glimlach. Laat staan om schaterlachen. Iemand uit het communistische Tsjecho-Slowakije doet niet aan schaterlachen. Dat doet de vriendin van Murray ook niet. Die zit er als duur porselein bij en verrekt geen spier. En wat doet ‘de grote lastminute aangetrokken publiekstrekker’ in Ahoy? Hij doet aan zelfmutilatie.  Het briljante 20-jarige Oostenrijkse talent Dominic Thiem slaat winner na winner. En Murray? Hij pakt zijn racket en straft zijn eigen lichaam. Eén keer, twee keer, drie keer, vier keer slaat hij zichzelf met z’n racket. Is-ie gek? De Wimbledon-kampioen tegen een talent van buiten de top-100 dat net komt kijken. Een talent van een leeftijd waar Nederland er dus geen één  heeft. Rond de twintig is het een woestijn van talent in Nederland. Niet voor niets dat de berichten al doorsijpelen dat de tennisbond de bondsjeugdopleiding gaat hervormen.

Maar Murray dus. Is er vier maanden uit geweest met een operatie aan z’n rug. En raakt de eerste set tegen Thiem alles half. Op de tribune was niet bij te houden hoe vaak Murray de bal half raakte. Hij raakte gewoon geen pepernoot. En dan hoorden we ook nog dat er vijftig rackets voor hem worden bespannen met dure darmsnaren. Je vraagt je af of je racket met darmsnaren bespannen zin heeft als je een bal vaak met je frame raakt. Andy Murray – je zou denken dat ie veranderd was – laat in Ahoy weer eens zien wie hij in essentie is: een chagrijnige Schot die op de baan een slecht voorbeeld is voor de jeugd. Waarom? Omdat met je racket je lichaam slaan best vermakelijk kan zijn. Maar niet als je als groot kampioen tegen een talentje speelt. En zeker niet als je dan nog wat betreft tennis eigenlijk helemaal niet attractief speelt.

Tegen Thiem (6-4, 3-6, 6-3) beperkte de Schot zich voornamelijk tot terugslaan, zodat de Oostenrijker grote delen van de wedstrijd het tempo bepaalde. Thiem slaat een winner. Murray slaat zichzelf weer een paar keer met het racket. Het zal de komende jaren misschien wel het lot zijn van Murray. Misschien wordt hij aan de hand van Lendl een nog groter kampioen, maar een publieksspeler zal ie nooit worden. In wezen is hij niets anders dan de perfecte counterpuncher, die zichzelf heeft aangeleerd in de grote wedstrijden aanvallend te spelen, omdat hij anders nooit van een Federer, Nadal of Djokovic zou kunnen winnen.

Maar zo in Ahoy kijk je dus naar de martelgang van een sporter die zichzelf continue straft, behalve dat je kunt zeggen dat je de Wimbledon-kampioen live hebt zien spelen. Dat Murray vrij eenvoudig verloor van de ontketende Marin Cilic was ook wel te verwachten. Spelers als Gaël Monfils en bad boys Jerzy Janowicz en Ernests Gulbis zijn leuker om naar te kijken. Natuurlijk had het ABN AMRO WTT ook last van de Olympische Winterspelen, maar ik denk toch dat toernooidirecteur Richard Krajicek afgelopen week toch even in zijn telefoon heeft gekeken of hij Roger Federer en Rafael Nadal nog in zijn adressenboek heeft staan. En anders Djokovic. Want Murray, daar pak je de trein naar Rotterdam niet voor uit – pak ‘m beet – Zwolle.

 

single-vs-Yash

Fris de tennisjungle in, met een zak geld

De GVR, de Grote Vriendelijke Reus uit het boek van Roald Dahl, noemen ze het 19-jarige tennistalent Egbert Weverink in Amsterdam. Met zijn 2,02 meter wil hij op ouderwetse wijze, met service-volley en enkelhandige backhand, de wereldranglijst bestormen. Hij heeft negen jaar om zijn missie te voltooien, want de gemiddelde leeftijd in de mondiale top-100 de laatste jaren is gestegen van 24 naar 27 jaar.single-vs-Yash

30-40. Weverink heeft breekpunt tegen op eigen service in de kwalificaties van het future-toernooi van Izmir, aan de Turkse westkust. Het is Ramadan en de naastgelegen moskee begint middels de Imam luidkeels geluid uit te stoten. Op de naastgelegen baan is een tennisser aan het kotsen, hij kan niet meer tegen de veertig graden hitte. Zelfs de normaal zo rustige Weverink moet even twee keer slikken alvorens hij aanlegt voor zijn service. Is dit een slechte droom of de manier om je naar de top van de aperots te tennissen?

Welkom in de wereld van de ‘futures’, ook wel de tennisjungle genoemd. Ze staan onderaan in de hiërarchie van tennistoernooien, in een oplopend rijtje van Challengers, ATP-toernooien en Grand Slams. Het zijn de toernooien voor aanstaande proftennissers zonder punten voor de wereldranglijst of de mindere goden die 500ste staan op de wereldranglijst. Prijzengeld en publiek zijn welhaast afwezig. Scheidsrechters en lijnrechters bestaan niet in dit circuit. Eén voordeel: als je een derde beslissende set speelt krijg je een blik nieuwe ballen. “Die wedstrijd in Izmir won ik nog wel, maar het was een aparte sfeer,” lacht Weverink om zijn eerste future toernooi in zijn debuutjaar als fulltime tennisser. Hij maakte dit jaar zijn VWO af om zich daarna in het tenniscircuit te storten. Je mag hem een hemelbestormer noemen. De kans dat de rustige reus, opgegroeid in De Meer tegenover de tennisbanen van VVGA, faalt in de jungle van het proftennis is groot. Vrachtwagens vol Nederlandse supertalenten zijn ten onder gegaan in deze jungle en krijgen altijd de kritiek dat ze mentaal niet gehard genoeg zijn. Net als Weverink nu begonnen ze fris en vrolijk aan het avontuur om daarna gedesillusioneerd af te haken. “Ik denk dat de bereidheid om echt heel diep te gaan ontbreekt bij sommigen. Er zijn in Nederland ook veel opties om iets anders te doen. Als ik mensen in Nederland vertel dat ik fulltime ga tennissen, kijken ze me vaak argwanend aan. Zou je dat wel doen? Die Oostblokkers op de tennistour proberen zich uit de sloppenwijk te tennissen en stelen punten van je op de baan omdat er geen scheidsrechters zijn.”

Vorig jaar speelde Weverink, nog zonder een ATP-punt in de zak en geen notering op de wereldranglijst, zijn eerste future in Heraklion op het Griekse eiland Kreta samen met tennismaatje David Pel. “Dat toernooi begon ik dramatisch. We speelden op glad kunstgras waar ik niet uit de voeten kwam. Ik verloor 6-4 6-4 van een Italiaanse jongen, ik was bloednerveus. David keek naar de wedstrijd, verder was er niemand,” vertelt de voormalige nummer 3 van Nederland bij de junioren. Deze maand wist hij in het Turkse Izmir hij twee rondjes in de kwalificatie te winnen maar het hoofdtoernooi niet te bereiken. Zijn harde service imponeerde nog niet. Weverink gooit de bal net zo hoog op als de Tsjech Tomáš Berdych, de nummer vijf van de wereldranglijst. De bal gaat meters de lucht in om hem een zo hoog mogelijk raakpunt te creëren. Het is een schitterend gezicht, maar het is tegelijk zijn zwakte, omdat perfecte timing vereist is.

Weverink had deze maand in voormalig top-100 speler Dennis van Scheppingen iemand die hem en zijn maatje David Pel begeleidde in Turkije. Om de kosten te drukken deelden ze de hotelkamer. Weverink: “Het is zoveel fijner om met coach te reizen. Je hebt dan altijd een klankbord, je kunt altijd met iemand trainen en hoeft niet alles zelf te regelen. Maar begeleiding kost tweeduizend euro per week.”

Toptennis is niet voor de arme medemens. Weverink mag blij zijn dat zijn ouders, vader tekstschrijver, moeder werkend bij een pensioenfonds, geld opzij hebben gelegd voor hun spruit. Het geld dat eigenlijk bestemd was om te studeren gaat nu naar zijn tenniscarrière. “Fulltime trainen op Amstelpark kost twaalfduizend euro per jaar en dat is zonder begeleiding bij buitenlandse toernooien. Twee weken futures spelen in Turkije kost duizend euro,” rekent Weverink voor, die minimaal dertigduizend euro per jaar kwijt is aan zijn fulltime tenniscarrière. Tennisrackets, schoenen en bespanningen kosten hem drieduizend euro per jaar. “Mijn ouders hebben me gelukkig vrij gelaten om te doen met het geld wat ik wilde. Ze steunen me in mijn keuze en helpen me sponsoren te vinden. Ik ben sowieso blij dat mijn ouders vroeger altijd heel relaxed waren. Ze lazen altijd rustig een krantje tijdens mijn wedstrijd.” Hij baalt dat de KNLTB op dit moment slechts twee spelers ondersteunt in zijn leeftijdscategorie. “Ik vind het wel raar en ben er niet blij mee. Ik denk dat er meer talent is van onze leeftijd die steun verdient vanuit de tennisbond”, neemt Weverink geen blad voor de mond.

De startsituatie van Weverink staat in schril contrast met de elite van het tennis. Novak Djokovic, Rafael Nadal, Andy Murray en Roger Federer: ze hebben allemaal een peperduur begeleidingsteam om zich heen. Een fitnesstrainer, voedingsdeskundige, hitting partner, travelling coach, masseur en manager. Waar vroeger spelers in groepjes de wereld over reisden en een coach deelden, is de sport een stuk fysieker en veeleisender. De oplopende leeftijd van een gemiddelde top-100 speler vertelt dat een tennisser in de moordende concurrentie nu rijp is met een volgroeid lichaam, mentale hardheid en technische en tactische volwassenheid. Een 17-jarige Michael Chang of een 19-jarige Rafael Nadal die Roland Garros wint: het is tegenwoordig ondenkbaar. “Er komt steeds meer bij kijken. Je haalt het niet alleen met talent. Het is een lang rijpingsproces”, is Weverink realistisch. “Ik denk dat mijn piek pas zal komen vanaf mijn 25-jarige leeftijd. Hoe het financiële plaatje er over zo’n lange tijd uitziet? Het is een lastig verhaal, daarom stoppen zoveel jongens ook voortijdig. Ik wil er alles voor doen en tot mijn dertigste een carrière maken in het tennis.” Waarom het talent die in Nederland Richard Krajicek als zijn voorbeeld ziet, het zou kunnen halen? Hij is gedisciplineerd, drinkt geen alcohol, is realistisch en beschikt over specifieke wapens. Waarom niet? Hij is geen megatalent, maar iemand die met aanvallend spel en veel discipline de vreemde eend in de bijt zal moeten zijn. Maandag begint de US Open, het laatste Grandslam toernooi van het jaar, waar Amsterdammer Igor Sijsling zijn Amerikaanse losing streak van vier hardcourtwedstrijden probeert om te draaien. Opbrengst nederlaag eerste ronde US Open: 23 duizend dollar. Eerste ronde future verliezen: 100 dollar als je geluk hebt. Trainer Bas Coulier van TC Amstelpark gelooft heilig in het aanvallende spel van zijn pupil: “Tennis is een sport van de lange adem. Egbert is een liefhebber, hij heeft sinds ik hem ken altijd iets extra’s gedaan om beter te worden.” Over een jaar kan de balans worden opgemaakt van het eerste jaar in de tennisjungle. Misschien is de GVR dan al gezonken in het moeras van de futures in Turkije, Marokko en Israël. We duimen.

Gepubliceerd in Het Parool

maria_sharapova_tennis_1280x1024

Sharapova verbetert niet

Met circa 23 miljoen euro per jaar is`de 26-jarige Maria Sharapova een geslaagde zakenvrouw en de best betaalde vrouwelijke sporter ter wereld. Redenen om haar spel te veranderen heeft ze dan ook niet.  maria_sharapova_tennis_1280x1024

De winst vorig jaar op Roland Garros was de bekroning voor haar lange revalidatie na haar schouderoperatie. Maar wat is er daarna gebeurd? En wat leert Serena Williams Sharapova? Behalve dat de Amerikaanse, die de finale zaterdag met 6-4 6-4 won en haar zestiende Grand Slam pakte, op alle fronten net iets beter is dan Sharapova? Het valt op dat de tijd stil staat bij Sharapova.

Elke bal in de hoek van Williams bleek een manier om de Russin op het verkeerde been te zetten. Met grove stappen beweegt ze zich over de baan. Korte stapjes op de voorvoeten kent ze niet. Daarnaast is er geen evolutie in het spel van de Russin die bekend staat om haar harde groundstrokes. Slice, meer topspin, dropshots, doseren met hardere en zachtere ballen, volleren: het is niet aan Sharapova besteed. De Russin kent maar één versnelling: de hoogste. Zo snel mogelijk een einde maken aan de rally, dat is het devies. Uiteraard kreunend en steunend. Na een mooie rally van dertig slagen, nipt verloren door Sharapova, kijkt ze sip en verbeten. Een complimentje geven aan de tegenstander is niet aan haar besteed. Alsof de Russin tegenover een muurtje staat te spelen in plaats van een mens van vlees en bloed.

Waar Rafael Nadal de afgelopen jaren beter is gaan serveren, volleren, slicen en zijn backhand nog dodelijker is, volhardt Sharapova in haar eigen spel. Met een riant inkomen en de derde plaats op de wereldranglijst hoeft ze ook niet te verbeteren. Maar monotoom hoeft niet altijd monotoom te blijven. Ook voetenwerk is te verbeteren. En mooie Maria, volleren is echt niet eng. Gelukkig is er een reden waarom de Russin zichzelf gaat verbeteren. Het is elke keer weer die billenkoek van Serena Williams. De vrouw die na haar dertigste laat zien dat je zowel je tennis als je persoonlijkheid kan blijven ontwikkelen. Sharapova stond dan ook een beetje naakt in het Philippe Chatrier toen de vrouwelijke Arthur Ashe in Franse volzinnen het publiek na de finale bedankte. Ook buiten de baan ontwikkelt de jongste Williams zich sneller dan Sharapova, de bedenker van Sugarpova, de ‘premium line of gummy candies’.

WP_001160

De heilige graal van het tennis

Het perscentrum van Roland Garros ligt in het hart van het tennispark in Bois de Boulogne: het ‘Court Philippe Chatrier’. Elke journalist heeft zijn eigen werkplek en een eigen scherm voor zich waarop alle banen te zien zijn. Op de derde verdieping van het perscentrum loop je zo de tribune op van het Philippe Chatrier. Het is de natte droom van elke tennisliefhebber. WP_001160

Met een kaartje voor de buitenbanen of het Philippe Chatrier of het Suzanne Lenglen blijf je een simpele ziel in vergelijking met de perskaart. Wachten, wachten, veel wachten. En zomaar even van baan wisselen is onhandig, omdat de drukte je meestal noopt om keuzes te maken. Weer in de rij staan? Nee, dank je.

Dan de felbegeerde perskaart, de badge die je trots over je schouders draagt en waar je pasfoto op staat. Bij elk court krijg je voorrang via de persingang. En tussen de ‘simpele zielen’ loop je gewoon naar voren en laat je je magische toverpas zien. De suppoosten, allemaal jonge Franse jongens en meisjes, weten niet hoe snel ze het lint voor je opzij doen. ‘Are you a coach?’ was ook een mooie opmerking bij de partij tussen Nicolas Almagro en Andreas Seppi op baan 17 toen ik mijn kaart liet zien. Eventjes naar Ana Ivanovic kijken en dan weer snel naar Suzanne Lenglen om nog een stukje Gael Monfils te zien? Prima, je zit dan drie meter van Monfils vandaan op goddelijke plaatsen. En dan nog wat puntjes meepakken bij Roger Federer in het Philippe Chatrier. Echt, alleen met een perskaart. Perstribune baan 1, de mooie klassieke arena: ik zit zo dicht op de baan dat ik Thiemo de Bakker hoor ademen en steunen als hij, vastgenageld in de backhandhoek, er alles aan doet om de mokerslagen van Wawrinka terug te brengen. Genieten.

Elke deur gaat wagenwijd open. Mensen lachen je toe. Het leven lacht je toe. Ook de berichten van de organisatie klinken goed: “Media attention: Rafael Nadal press conference will be in the main room at 4.30” gevolgd door “Media attention: Viktoria Azarenka will be at the press conference in room 2 at 4:55.” Roland Garros op een perskaart is als een snoepwinkel waar je echt alles mag pakken en aanraken en consumeren. Wat je maar wilt. En dan zijn er ook nog goedkope restaurants voor journalisten.

Het is jammer dat je nog moet werken.

(Voor de jaloerse medemens: de helft van de tijd zit je achter je computer in het perscentrum te stressen om de deadline. Of twijfel je over de insteek van je artikel. Of ben je zo moe van de drukke dagen dat je eigenlijk elke avond een hotdog eet tussen het werken door. Of probeer je heel erg iets uit een tennisspeler te krijgen die niet van interviews houdt. Of sprint je achter tenniscoaches aan die van de tribune lopen, maar die je nog nodig hebt voor een interview)

ABNAMRO WTT 2012

Patat met in een zakje

Modeshows: 10 minuten na de eerste en tweede dagpartij. De Wilson shop. Signeersessies. Petje op, petje af quiz. De Babolat shop. Tennis With The Stars. Terug in de tijd clinic. De Tennisdirect shop. ATP Coach clinic. Een Wheelchair Experience. De Adidas shop. Around the World games. Het onvermijdelijke broodje Unox.
ABNAMRO WTT 2012
Een dag ABN AMRO WTT is tegenwoordig ‘een dagje uit’ zoals dat heet. Of eigenlijk een ‘Experience’. Vroeger ging je naar een museum om naar oude vitrinekasten met aardewerk te kijken. Dat doe je tegenwoordig niet meer. Er bestaan geen musea, alleen nog maar Experiences. Stom kijken naar een potje aardewerk uit driehonderd jaar voor Christus, waarbij je hersenen zelf gaan denken en visualiseren is stom. Beleven, aanraken, voelen, jezelf laten entertainen, dat is 2013. Net als in Rotterdam.

Ik ben dus heel ouderwets. Van mij hoeft er geen Tennis Plaza te zijn met lekkere broodjes. Geen signeersessies. Geen AD Nieuwscafé. Geen Tennis with the Stars. Het enige wat me boeit is die tennisbaan van Ahoy, waar twee topsporters zweten, zwoegen en op het allerhoogste niveau elkaar lopen af te matten. Mannen waarvan hun hele leven in het dienst staat van het racket en de bal. En dat zo goed mogelijk doen. De rest boeit me niet. Ja, een koffie in een plastic bekertje erbij, of ’s avonds een biertje in een plastic glas. En het liefst patat in een zakje, voor 1 euro 50. Met teveel mayonaise en een houten vorkje. De titanenstrijd tussen Grigor Dimitrov en Marcos Baghdatis. De geconcentreerde overwinning van Igor Sijsling op Jo-Wilfried Tsonga. Genieten van Roger Federer, de beste tennisser aller tijden. Helemaal opgaan in de strijd, waarbij ik zelfs op de perstribune (not done) moet klappen en merk dat ik na weer een geweldige rally van oor tot oor straal. Twee toptennissers, een stoeltje en een kleine consumptie. Meer heb je niet nodig. En het is er allemaal in Rotterdam.

Bedankt Ahoy. Ik ben er volgend jaar graag weer bij.

marcos-baghdatis-smashes-rackets-nationalturk-0384-610x343

Ontmoet.Je.Helden.Niet.

Het is geregeld met de ATP-mensen hier in het perscentrum. Woensdagmiddag om vijf uur mag ik Marcos Baghdatis interviewen voor Forty Love. Die gekke Cyprioot, waarvan ik (en met mij miljoenen anderen) al fan van ben sinds die finale van de Australian Open in 2006. Een beetje een goede mafkees, met dat gekke haar en die heerlijke backhand. One of the good guys van de tour, zeker weten.

d3e44fe8461adce09b7142baaab99d19

Als ik als kwispelend hondje het ATP-kantoortje binnenloop om vijf uur mag ik met de ATP-official naar het spelershome. Ik moet even bij de ingang wachten. Ik word een beetje zenuwachtig. Gaan we even rustig zitten en worden tien minuten misschien een half uur, omdat het interview zo geslaagd is? Ik wil graag een mooi artikel schrijven voor Forty Love over het vaderschap van de 27-jarige Baghdatis. In hoeverre is het als reizend tennisprof te doen om je carrière met je gezin te combineren? Kijkt hij op naar iemand als Roger Federer die twee kinderen heeft en ook nog op hoogste niveau blijft acteren? En passant wil ik weten of hij nog de kracht in zich heeft, juist met zijn nieuwe gezin, om zich weer terug te knokken naar de top-20 of misschien zelfs de top-10 waar hij ooit in 2006 stond?

Ik heb me goed voorbereid via de standaard wikipedia en ATP tennis site en gegoogled naar eerdere interviews. Na tien minuten wachten komt de ATP-offical naar me toe om te zeggen dat Baghdatis nu bij de masseur zit en dat het interview pas om zes uur kan plaatsvinden. Oké. Prima. Zes uur kan ik ook, hoewel ik ook de Nederlandse dubbelaars Stephan Fransen en Wesley Koolhof moet spreken voor een artikel voor een ander medium.

Net over zessen ben ik klaar met dat gesprek en meld ik me weer bij het ATP-kantoortje in het perscentrum. Ik loop weer achter hem aan naar het spelershome en zie Baghdatis al staan. Mijn hart klopt net iets harder nu het gaat gebeuren. We gaan op de bank zitten en ik geef hem nog een hand, maar mijn naam doet hem niet zoveel. De ATP-offical zit naast ons. “So you first had to go the fysio?” was mijn eerste poging tot contact met de Cyprioot. Hij kijkt me meewarig aan. “I don’t understand? What do you mean?”. Hij kijkt naar de official. “I don’t understand?”

Spreekt die gast geen Engels? Jawel toch? “You first had massage before?” probeer ik. Het is niet mijn bedoeling om hier uitgebreid over te praten, maar ik begin elk interview rustig om daarna de diepte in te gaan. Lijkt me normaal. Baghdatis zoekt de hele tijd contact met de offical. “I don’t understand. I don’t understand.”

Oké. Andere vraag: “So your match just now, that was a weird match?” (Franse tegenstander Paire gaf op bij 0-4 in de derde set, red.) Baghdatis begint nu bewegingen te maken dat hij het niet begrijpt. Hij blijft naar de official kijken. “No was normal. Normal match. Nothing special.” Hij schudt meewarig met zijn hoofd.

Wat is dit? Ik heb mensen als Youp van ’t Hek, Marco van Basten, Luis Suarez en Martijn Krabbé zonder enige problemen geïnterviewd, waarbij de interviewtijd vaak uitliep omdat het een interessant gesprek was. Hoewel, Martijn Krabbé was wel erg vol van zichzelf bedenk ik me nu. Oké, dan door naar het vaderschap: “So you just became a father. Can you combine that with your professional tennis career?”

Diepe zucht. “Yeah is fine. The same. I changed. Now is different to come home and we’re with three now. But still same tennisplayer. Nothing different.” Deze worsteling gaat nog twee minuten zo door en terwijl Baghdatis al voornamelijk naar de official keek zegt hij snel “Enough? Enough?” De offical knikt. Hij is weer vrij. Ik begin nog tegen de ATP-meneer over dat Baghdatis misschien niet zo’n zin had in het interview? “Maybe he is used to questions of higher level.”

v65oai7fxn47qv9nectx@collewich: Marcos Baghdatis redelijke held van me. Maar nog nooit zo’n onbeschofte jongen meegemaakt in een interview #eikel #onprofessioneel

529690_480360518688276_904969796_n

Gelukszoekers van Ahoy

529690_480360518688276_904969796_nAl jaren spelen Wesley Koolhof (23) en Stephan Fransen (24) in de futures, de kelder van het proftennis. Dankzij blessures van grote jongens Mikhail Youhzny en Michaël Llodra kregen ze de unieke mogelijkheid om te ervaren hoe de hemel van het proftennis eruit ziet. 

Spelen op het centre court van Ahoy: als proftennisser in de marge blijft het normaal bij dromen. Als tweede ´alternate´ op de lijst van dubbelspelers voor het ABN AMRO WTT was het voor Koolhof en Fransen bidden, smeken en hopen op een verstapping, een schouderblessure, alles wat maar een opgave van een grote naam in Ahoy betekent. De dubbelpartners maakten al dagen gebruik van een afstreeplijstje in hun hoofd. Nummertje één: Llodra is afgehaakt. Nummertje twee: Youhzny gaf op in zijn enkelpartij tegen Thiemo de Bakker bij een 1-4 achterstand in de derde set. „Na de training gisteren had ik vier gemiste oproepen en toen wist ik wel wat er aan de hand was”, zegt Koolhof die op het laatste moment werd toegevoegd aan het dubbeltoernooi. De twee vrienden hadden de pech aan te treden tegen de Britten Colin Fleming en Jonathan Marray. Laatstgenoemde won afgelopen jaar Wimbledon in het dubbelspel. De persconferentie na een logische nederlaag werd hilarisch. Twee jongens die alleen maar lachen en blij zijn dat ze vragen mogen beantwoorden, dat zijn sportjournalisten niet gewend. De perschef: „Deze jongens gingen uit zichzelf twintig minuten lang handtekeningen uitdelen op de eerste ring van het centre court.”

Koolhof is zoon van oud-voetbalinternational Jurrie Koolhof en oud-hockeyinternational Monique Westerdijk: „Heel logisch dus dat ik ben gaan tennissen,” lacht de nummer 334 van de wereld op de dubbelranglijst. „Zij weten wel dus hoe topsport werkt. Ze kwamen ook allebei kijken vandaag. Ik was bang om mijn eerste ballen te raken met inspelen op dat centre court. Ik was ontzettend blij dat die eerste paar ballen goed gingen.”

Fransen staat 277ste op de wereldranglijst voor dubbels en wekte de indruk dat het betreden van het heilige centre court van Ahoy een nogal surrealistische ervaring voor hem was. Fransen: „Ik heb tot 4-2 niet naar het scorebord gekeken. Ik was totaal de telling kwijt. Toen ik hier als 8-jarige was droomde ik hier al van. Het was echt kippenvel.”

Brutaal pakten Koolhof en Fransen de eerste set, daarna ging het licht snel uit. De Britten zegevierden met 4-6 6-1 10-2. Toch kregen ze nog 4750 euro voor de moeite. Een stuk meer dan wat ze voor al die toernooizeges pakten in de kelder van het proftennis. Koolhof: „Wat we met een overwinning voor ATP-punten voor de wereldranglijst konden halen was zes futurezeges bij elkaar. En voor een toernooioverwinning krijg je 250 euro.”

En nu: „Terug naar de realiteit. Ik ga drie weken futures spelen in Israël”, lacht Koolhof. Franzen: „Ik moet eerst nog een week het tweede deel van mijn studie personal trainer afronden. Dan ga ik naar Israël om Wesley te vergezellen bij de futures. Hoe we dat financieel kunnen bekostigen? Als we snel doorgroeien naar het niveau van de challengers, dan kunnen we wel break-even draaien. Bij challengers krijg je in tegenstelling tot futures ook gratis eten.”

In: Sp!ts donderdag 14 februari