Category Archives: Tennis

Schermafbeelding 2023-01-09 om 19.58.07

Kijkend naar Maxime Cressy waan je je even in het Wimbledon van de jaren tachtig (NRC)

Wimbledon – Het ‘ware’ grastennis, service-volley, is zeldzaam geworden op Wimbledon. De Frans-Amerikaanse speler Maxime Cressy (25) houdt de speelstijl in ere.

Kijken naar Maxime Cressy (25) op Wimbledon is jezelf als kijker weer in de jaren tachtig en negentig wanen, toen service-volley-specialisten als John McEnroe, Boris Becker en Stefan Edberg domineerden op gras met hun atletische en aanvallende spel. De Frans-Amerikaanse tennisser doet deze weken als enige wat verder niemand op de All England Lawn and Croquet Club nog doet – of misschien nog durft: na elke service rent hij naar het net.

De wedstrijd dinsdag tegen Felix Auger-Aliassime op baan 3 in Londen, een intiem stadion met perfect gemaaid gras, is daarmee een contrast van speelstijlen. De ‘aanvaller’ tegen de ‘verdediger’ – de netbestormer tegen de baseliner. Zoals het vroeger John McEnroe was tegen Björn Borg, Pete Sampras tegen Andre Agassi en Martina Navratilova tegen Chris Evert.

Cressy is tegen de nummer 9 van de wereld de aanvaller, die de punten kort wil houden. De Canadees de opgejaagde, die probeert om zijn tegenstander elke keer te passeren. Meestal duwt de Amerikaan de volley na zijn machtige service subtiel naar de hoek en wint hij zo het punt. Soms schildert Cressy de bal kort achter het net met een stopvolley. De 1,98 meter lange Cressy verslaat de Canadees in een hoogstaande partij, waarin hij 134 keer naar het net rent en daar 95 punten maakt, een succespercentage van 71 procent. Hij laat daarmee bij zijn debuut op Wimbledon zien dat service-volley niet uitgestorven is.

Nul keer service-volley

Vijfentwintig jaar geleden sprintte meer dan de helft van de spelers op het snelle gras na hun eerste en tweede service naar het net. Dit veranderde in 2001, toen Wimbledon de samenstelling van het gras wijzigde. Het toernooi koos voor duurzamer gras, waar de balstuit gelijkmatiger en hoger was. In combinatie met betere snaren – meer controle – en betere rackets werd service-volley steeds minder een winnende tactiek in Londen. Verdedigende spelers kregen steeds meer ‘grip’ op de tennisbal en konden vaker de netspeler passeren.

Baseliners Lleyton Hewitt en David Nalbandian liepen in de finale van 2002 geen enkele keer naar het net na de service. Het bleek een kentering. In 2003 was het percentage service-volley dat door de mannen werd gespeeld nog maar 33 procent. Dit daalde naar tien procent in 2008. Vorig jaar was het percentage gezakt naar slechts vier procent.

Roger Federer (40), die dit jaar ontbreekt omdat hij nog herstelt van een knie-operatie, waarschuwde in 2017 al voor deze ontwikkeling. „Voor mij is het raar om te zien dat op ons niveau bijna iedereen waar ik tegen speel, weigert service-volley te spelen. Dat is fantastisch voor mijn kansen”, zei Federer, nadat hij voor de achtste keer het toernooi had gewonnen. „Goede dingen gebeuren aan het net. Je wil daar zijn, en je moet daar tijd spenderen om je er vertrouwd en goed te voelen.”

 

Roger Federer Sander Collewijn Ambo Anthos 2022

Boek ‘Tijdperk Roger Federer’ verschijnt in 2023

Het boek ‘Tijdperk Roger Federer – de briljante carrière van de beste tennisser ooit’ van Sander Collewijn bij uitgeverij Ambo|Anthos is een in-depth analyse van de beste tennisser aller tijden. Hij is 41, stokoud voor een toptienspeler in het moderne tennis. Hij stond maar liefst 310 weken bovenaan de ATP-ranglijst, waarvan 237 weken achtereen. Gedurende zijn carrière sloeg hij een duizelingwekkende 130 miljoen euro aan prijzengeld bij elkaar.

Overal waar getennist wordt, wordt over Roger Federer gesproken. De koning van Wimbledon – tien finales, acht titels – was jarenlang onverslaanbaar op de ATP-tour, en ook toen de giganten Nadal en Djokovic zich meldden bleef Federer in het middelpunt van de belangstelling staan. Nu het einde van Federers tenniscarrière nadert, neemt Sander Collewijn die nog eens onder de loep. Hij analyseert de technische tennisser, de mentale tennisser, de zich ontwikkelende tennisser, de winnende en de verliezende tennisser.

Maar ook Federer als mens, als vader, als merk en als icoon. Sander Collewijn was bij twee van de belangrijkste wedstrijden van Federer: Rome 2006 en Australian Open 2017. Wat Sander Collewijn daar heeft gezien tartte zijn voorstellingsvermogen, en die bewondering voor deze sportman zette hij om in dit prachtige boek Tijdperk Roger Federer.

Voorjaarsfolder 2022 jpg

Schermafbeelding 2023-01-09 om 19.17.29

De grip wordt steeds extremer voor steeds meer topspin (NRC)

Tennisgrepen – Hoe tennissers tegenwoordig hun racket vasthouden, verschilt van vroeger. „Je ziet enorme versnellingen van het racketblad waarbij de bal veel spin en vaart krijgt.”

Kijk naar de manier waarop Iga Swiatek (20), de nummer 1 van de wereld, haar racket vasthoudt. De knokkels van haar hand wijzen naar de grond. De palm van haar hand is onder de steel van het racket. Haar arm is gebogen. Het lijkt onmogelijk om een bal nu goed over het net te slaan. Maar juist door het racket zo vast te houden, kan ze de bal een enorme zwieperd geven met haar forehand. Ze maakt met deze greep de meest bizarre hoeken op de tennisbaan. Met de ‘western-greep’ kan de Poolse met haar racket extreem agressief zwaaien, veel meer dan met conventionelere, grepen.

Door de snelle opwaartse beweging, à la een ruitenwisser, krijgt de tennisbal veel effect mee. Deze extreme rotatie van de bal, ‘topspin’, zorgt ervoor dat de bal hoog over het net gaat en daarna snel daalt. Swiatek kan daarmee bijna elke bal op volle kracht slaan, omdat de bal toch wel weer binnen de lijnen stuitert, dankzij de extreme topspin. Na de stuit ‘schiet’ de roterende bal extreem door. Het is een slag die haar zeker op gravel een groot voordeel geeft. Mede daarom is Swiatek de grote favoriete voor Roland Garros.

Continental

Een tennisgreep heeft er niet altijd zo uitgezien. Wie de overwinning terugkijkt van de Amerikaanse tenniskampioene Billie Jean King bij de US Open in 1971, ziet een tennisster met een veel minder extreme greep: de ‘continental’. Hiermee houdt een tennisser het racket vast zoals je iemand de hand schudt.

Met deze klassieke greep, tot ver in de jaren zeventig de meest voorkomende, slaat King (nu 78) op een elegante manier door de bal. Het was belangrijk om de bal ‘na te wijzen’ en een zo lang mogelijke zwaai te maken. Hoe langer, hoe beter. De pols bleef strak om het racket om vlakke ballen over het net te plaatsen. Die ballen bleven laag op het gras.

King speelde met haar houten racket in een tijd waar plaatsing belangrijker was dan snelheid. Service-volley was de norm, de wedstrijd won je aan het net.

Schermafbeelding 2023-01-09 om 19.27.32

Eastern

De Zweed Björn Borg, die van 1976 tot 1981 zes keer Roland Garros en vijf keer Wimbledon won, was een pionier. Hij hield zijn racket anders vast, in een stijl die ‘eastern’ werd genoemd, een term afkomstig van de speelstijl in het oosten van de VS.

Borg (nu 65) draaide zijn vingers een paar centimeter naar beneden, zodat hij ruimte kreeg om in plaats van horizontaal meer naar boven uit te zwaaien met zijn racket. Daarmee sloeg hij topspin. In plaats van elk punt naar het net te stormen, kon hij ook vanaf de baseline punten winnen. Hij had een manier gevonden om hard te slaan, maar de bal nog in het spel te houden. De baan van de bal werd steeds meer een ‘boogje’.

Kunststofrackets zorgden er na het tijdperk-Borg voor dat de ballen nog harder konden worden geslagen. Topspin met de eastern-greep werd de norm in de jaren tachtig en negentig. Roger Federer (40), wiens comeback in de herfst wordt verwacht na een knieoperatie, speelt nog steeds met deze greep. Mede daardoor heeft het spel van de Zwitser een klassieke look.

Lees verder op nrc.nl (22/05/2022)

Schermafbeelding 2023-01-09 om 19.33.46

Schermafbeelding 2023-01-09 om 19.39.05

‘In het tennis is je forehand het zwaard en het backhand je schild’ (NRC)

Tennis – In het mondiale toptennis is de dubbelhandige backhand de norm. Groot voordeel van deze manier van slaan is een goede return.

In de Accor Arena in Parijs kijkt Novak Djokovic (34) naar de overkant van het net. Hij zegt tegen zichzelf dat hij al te lange backhandrally’s met Daniil Medvedev (25) op de groene indoorbaan moet vermijden. Hij heeft aan die kant zijn gelijke gevonden. De lange Rus was hem op die manier de baas in New York, toen hij de US Open kon winnen en daarmee een unieke calendar slam. Als de Serviër zijn 37ste mastertitel wil winnen en het jaar als nummer 1 wil afsluiten, moet hij afwisselen. Zijn backhand slim gebruiken en toeslaan met zijn forehand.

Als Medvedev de eerste set wint, transformeert Djokovic naar iets wat hij nooit was. De allrounder gaat service-volley spelen om de diep staande Rus te verrassen. Het lukt. De wedstrijd haalt hij in de derde set binnen met ouderwets spel. Een geplaatste backhand langs de lijn fungeert op matchpoint als voorzet voor de winner met de forehand.

Djokovic sloeg vorige week in de finale van de Parijs Masters tegen Daniil Medvedev in de hele wedstrijd maar één winner met zijn dubbelhandige backhand. Deze slag van de Serviër is volgens zijn oude tactische coach Craig O’Shannessy, die hem tussen 2017 en 2019 naar vier grandslamzeges begeleidde, de beste backhand van de wereld. Alleen Medvedev weet er raad mee. Djokovic gebruikt de slag waar hij volgens O’Shannessy voor bedoeld is.

„In het toptennis is je forehand het zwaard en je backhand het schild”, zegt de analist van de ATP, de Italiaanse tennisbond en The New York Times. „Dat sterke schild houdt hem levend op de baan. Daarmee kan hij zich ingraven in harde rally’s. De dubbelhandige backhand is het anker van Djokovic.”

De Serviër won twintig grandslams en kwam dit jaar één zege tekort om de calendar slam te winnen. Medvedev en de Duitser Alexander Zverev (24) completeren de mondiale top-3. Zij wonnen dit jaar respectievelijk vier en vijf toernooien.

Lees verder op nrc.nl (14/11/2021)

Schermafbeelding 2023-01-09 om 19.40.14

 

Schermafbeelding 2021-10-12 om 21.38.51

Dubbelspeler David Pel: ‘Elk punt is weer een schaakspel’ (Het Parool)

HET PAROOL – Amsterdammer David Pel (28) heeft samen met Sander Arends (28) voor het eerst in zijn tenniscarrière een wildcard voor het prestigieuze ABN Amrotoernooi gekregen. De debutant in de top 100 vertelt over de kunst van het dubbelspel. 

David Pel speelde in 2019 31 toernooien. Beeld Hilde Harshagen
David Pel speelde in 2019 31 toernooien.BEELD HILDE HARSHAGEN

Als Sander Arends gebogen bij het net staat en met zijn pink op zijn rug naar beneden wijst, weet de linkshandige Pel wat hij moet doen. Dan moet dat twee meter lange lichaam die machtige service naar de binnenkant van het servicevak beuken. Vervolgens weet dubbelspecialist Arends wel raad met de return en kan hij het punt met een volley afmaken. Als Arends aan het net een middelvinger aan de pink toevoegt, weet Pel dat hij op het lichaam van de tegenstander moet mikken.

Het dubbelspel is een onzichtbaar maas van vaste patronen die op het andere koppel worden losgelaten. Een service naar buiten lijkt aantrekkelijk. Zeker recreatieve tennissers geven daar vaak de voorkeur aan, maar dat geeft de tegenstander op topniveau juist de hoek om de netspeler te passeren.

Als Pel moet retourneren, geeft Arends met signalen aan of hij gaat rennen, ‘oversteken’, om de bal te onderscheppen. ‘Poachen’ heet dat in tennisjargon. Aanvallend tennis. Dat is wat Arends en Pel moeten spelen. Als ze allebei aan het net staan om te volleren, zijn ze op hun best, vindt Pel. Ze zijn geen baseliners die met harde klappen van achteruit een punt kunnen winnen.

Een lelijke supertiebreak

“Het is elk punt weer schaken,” legt Pel uit, als hij net een paar uur terug is uit India, waar hij vorige week in Poona in de eerste ronde van het dubbelspel werd uitgeschakeld door land­genoot Robin Haase en zijn Zweedse gelegenheidspartner Robert Lindstedt. Het werd 10-8 in de beslissende supertiebreak. “Dat was een lelijke,” zegt Pel. “Wij stonden een set en een break voor: 7-6, 3-2. Eén of twee punten, en dan kantelt zo’n dubbelwedstrijd.”

Pel vertelt over het spel, dat veel korte punten, positiewisselingen en variatie kent, in het stramien van service, return en volley. “Je speelt vaste patronen met elkaar. Alleen is elke tegenstander anders. Daarom maak ik van alle tegenstanders tegen wie we spelen of trainen notities in mijn telefoon. Het is een hele database. Dat nadenken over de tactiek vind ik heel erg leuk. Wat onze tactiek is als het 8-8 staat in de supertiebreak? Goede vraag. Als de vaste patronen nog werken, proberen we ons daar aan vast te houden. Anders moet je iets out of the box doen, zoals een lob.”

David Pel leerde tennissen bij het in Amsterdam roemruchte Popey Gold Star op de Zuidas, dat nu al een tijdje ter ziele is. Hij was jeugdkampioen van Nederland in het enkelspel, maar hoger dan de 885ste plaats kwam hij als enkelspeler niet op de wereldranglijst. In 2015 besloot hij zich definitief op het dubbelspel te richten. Het bleek een schot in de roos. Geleidelijk klom hij van de 900ste plek naar de 200ste in 2017 en de top 100 in 2019. Hij begon op het laagste prof­niveau, de futures. Nu speelt hij vaak challengers en af toe ATP-toernooien, het op een na hoogste niveau, net onder de grandslams.

Dit seizoen is het heilige doel hun debuut op Wimbledon te maken. Daarvoor moet de gecombineerde ranking van Pel en Arends 150 of lager zijn. Nu staat Pel rond de 100ste plek en Arends rond de 80ste. Een entree op het gras in Londen is dus zeker mogelijk.

Geen vetpot

Pel werd in december met Arends Nederlands kampioen dubbel en won afgelopen jaar drie challengers. Hij speelde in 2019 31 toernooien en kon voor het eerst in zijn tennisleven een positief eindsaldo noteren. Het is nog geen vetpot. Op de challengers wordt er relatief weinig verdiend in het dubbelspel. Daarom zijn ATP-toernooien het doel. “De top 30 is voor ons als dubbelspelers de magische grens. Dan kun je écht goed geld verdienen.”

Met zijn 28 jaar heeft Pel in zijn ogen nog genoeg jaren voor zich, omdat het dubbelspel fysiek minder belastend is dan het enkelspel. Volgens hem is het vooral de mentale belasting die bij het dubbelen zwaar kan zijn. In een paar punten kan de wedstrijd kantelen. Daarom praat de Amsterdammer veel met een sport­psycholoog. “Over ademhalingstechnieken. Hoe je met de druk omgaat. Maar ook over de relatie met Sander.”

Pel heeft een relatie met tophockeyster Alma Fenne van Kampong, maar hij moet bekennen dat hij Sander Arends vaker ziet. En dat is een bijzondere speler. Een dubbelfenomeen. “Ik ben echt een teamspeler en kan Sander goed laten spelen. Sander is een echte dubbelaar en kan een zuiger zijn op de baan, maar we vullen elkaar goed aan. We hebben afgesproken om op de lange termijn met elkaar te blijven dubbelen.”

Pel moet bekennen dat hij zich soms een vreemde eend in de bijt voelt in het internationale tenniscircuit. Hij noemt die wereld ‘heel erg egoïstisch’. “Er hangt een raar sfeertje. Misschien kan het ook niet anders. Je steelt toch geld en ranglijstpunten van elkaar.”

De goedlachse speler geniet desalniettemin van het tennis­leven als semiprof. “Het is fantastisch. Ik doe iets wat ik heel leuk vind. Alleen de hotelkamers zijn eenzaam.” Van zijn vriendin kreeg hij onlangs een ukelele, om de uren in zijn hotelkamer te vullen. En hij probeert veel te lezen.

Woensdag staat Pel samen met Arends voor het eerst met een wildcard in het hoofdtoernooi van het ATP-toernooi in Rotterdam. Ze spelen tegen de ervaren Zuid-Afrikaan Raven Klaassen (37) en de Oostenrijker Oliver Marach (39), de nummer 13 en 29 van de wereld. Op papier een lastige loting.

Mochten ze ver komen, dan is Wimbledon alweer een stuk dichterbij. Pel: “Vorig jaar was het ABN Amro het eerste toernooi dat ik samen met Sander dubbelde, dus dat is wel bijzonder. Wij zien dit echt als het vijfde grandslamtoernooi. Zo belangrijk is het voor ons.”

 null Beeld Jamie Groenestein

johannes-krupinski-YnDuWNEPzwo-unsplash

Iedere tennisser is geobsedeerd door zijn speelsterkte (30-40.nl)

In het tennis heb je geen naam, maar ben je je speelsterkte. Een nummertje. En dat vindt iedereen prima, denkt Sander Collewijn.

‘Op mijn pasje ben ik een zeventje, maar als ik deze zomer iets meer ga spelen, ben ik zeker wel een zesje.’

Let vooral op het verkleinen van het nummer. Zelfbedrog en een verkeerd zelfbeeld gaan hand in hand met de speelsterkte van de tennisser. In het tennis is je naam niet belangrijk. Het enige dat telt is je nummer op je pasje, of je online profiel op MijnKNLTB. Jouw nummer vertelt jouw tennisverhaal.

Er is geen sport, die zo strak op rangen en standen is ingericht, als het tennis. Er is ook geen sport waar dat zo geaccepteerd en gewaardeerd wordt. Wedstrijden spelen op het eigen niveau is wat elke sporter wil. Zeker in het tennis, waar de een tegen een en de twee tegen twee niveauverschillen feilloos blootlegt.

Geen mooie vrouw, maar een nummer. Foto: Jayson Hinrichsen

De speelsterkte zelf is als het omgekeerde rapportcijfer, van één tot negen, waar alleen de tien ontbreekt. De 1’tjes willen tegen de 1’tjes spelen. De 9’tjes tegen de 9’tjes. Ben je speelsterkte 1, dan ben je een prof of semi-prof en de blitskikker van de tennisclub. Ben je een negen, dan begin je net met tennis. De 8’tjes zijn de Jan Modaal van het tennis. Want hoe blind tennisfans zich ook kapot kunnen staren op de topspelers en de betere speelsterktes, minimaal tachtig procent van de meer dan een half miljoen tennissers in Nederland zijn niveau 8 of 9.

Dus waar hebben we het eigenlijk over?

We hebben het erover omdat het leuk is om over na te denken, om een beetje over te filosoferen. De verschillende nummers zijn vaak archetypes.

Het 3’tje is op de gemiddelde tennisclub vaak de beste speler. Het oude ‘B1’ blijft een statussymbool en is een speelsterkte die lekker bekt op het feestje of tijdens de competitieschotel. De 7 is tijdens een conversatie noch vlees noch vis. Zeven betekent dat je beter bent dan een 8, dat je de bal vaker dan tien keer over het net terug kan slaan.

Deze verdeling in speelsterktes en vaardigheden vinden tennissers heerlijk en heeft zijn rol. De 3’tjes mogen tijdens de competitie en de toernooien op de centrecourts van de clubs spelen, op baan 1. Met nieuwe ballen, veel theater en gekreun.

Het 8’tje schaamt zich per definitie voor het eigen spel en vindt het eigenlijk lekker om op een open toernooi in de gemengd dubbel 8, met een setje ballen waar de hond nog zijn neus voor zou ophalen, naar baan 13 te worden geleid, om daar drie uur lang lobs over de netspeler proberen te slaan.

Foto: Tiago Aleixo

De echt hoge speelsterktes pochten meestal niet over hun speelsterktes. De 1’tjes, 2’tjes en 3’tjes zijn het gewend om geadoreerd te worden en weten dat hun lage nummer de kans op gewilde slaapplaatsen op zondagavond verhoogt.

De 8’tjes en 9’tjes verontschuldigen zich steevast als ze over hun tennis praten. Zoals zoveel tennissers zich snel lijken te schamen en indekken voor hun eigen capaciteiten. ‘Ik speel niet fanatiek’, verontschuldigen ze zich. Dit zijn vaak de tennissers die eerder hun eigen vaardigheden downgraden, zichzelf indekken, dan dat ze onterecht pochen.

De speelsterktes die het hards liegen over hun kunnen zijn de middencategorie-spelers. De 4’tjes tot en met de 7’tjes van de club. De competitiespelers die geobsedeerd zijn door hun rating.

Hun eigen speelsterkte dikken ze een beetje aan of overdrijven ze, zoals eerder aangegeven. Het standaard praatje is: ‘ Op mijn pasje ben ik een vijf.’

Gevolgd door een ‘Maar.’

Er zijn duizenden redenen waarom die eeuwige 5 nooit van z’n leven een 4 zal worden, hoewel hij of zij er zelf nog in gelooft.

De greep en manier waarop de tennisser de bal slaat, suggereert dat hij niet meer dan een 6’je kan zijn. Foto: Dean Drobot

Die duizend redenen kunnen de volgende zijn, in willekeurige volgorde: blessures, kwetsbare en matige backhand, vroeger te weinig tennisles gehad, te vroeg gestopt toen ze gingen studeren, te lang met het verkeerde racket gespeeld, een echtscheiding die erin hakte, al een tijdje niet zo lekker in hun vel, te veel op smashcourt gespeeld, dubbelpartner is een vriend, sociaal geweldig, maar kan niet heel goed tennissen, erg lang een slechte tennistrainer gehad.

En dan volgt nog het Excuus Der Excuses, voor de tegenvallende speelsterkte: ‘Tegen betere speelsterkte speel ik altijd heerlijk. Die slaan ook lekker door, maar als ik tegen iemand van mijn eigen speelsterkte speel, die niet zo dóórslaan, dan daar is niet tegen te tennissen.’

Zo vergevingsgezind en kritiekloos we soms naar onze eigen speelsterkte kijken, zo genadeloos en scherp kijken we naar anderen op het tennispark. Dat is ook een leuke hobby. De speelsterkte van iemand die je ziet spelen inschatten. ‘Dat is zeker een 3’tje, of anders een goede 4. Dat is denk ik een zesje, omdat zij choket in wedstrijden. Maar ze heeft de slagen van een 5’je. Ah, dat is een 2’tje denk ik, of een hele goede 3. Een soort tweeëneenhalf, die moet vroeger nog internationaal hebben gespeeld. 

Eigenlijk zou het hele speelsterktesysteem van tennis 1 op 1 naar andere sporten kan worden gekopieerd. ‘Ik ben in poolen wel echt een zeventje. In skiën ben ik wel weer echt een drietje.’

Of eigenlijk naar de hele maatschappij. ‘In multitasken is hij echt een vijfje, in luisteren een 9’tje maar in presentaties geven is hij echt wel een 2.’

Mijn naam is Sander Collewijn, maar dat boeit niet. Want ik zit op tennis en dan ben je alleen maar een nummertje. Ik ben nu* 4 in de single en 5 in de dubbel. Ik stond jarenlang 3/3 op mijn pasje.

Maar….

*update 2023: 4 in de single en 3 in de dubbel

 

Schermafbeelding 2021-10-08 om 14.47.34

Tennissen op een geheime baan in coronatijd (blog)

Het begon met een telefoontje van een goede vriend. Hij had bij het wandelen met zijn kinderen een tennisbaan gevonden in het bos. Een verslag van een zoektocht naar een tennisbaan, in tijden van strenge lockdowns.

De eerste lockdown in maart 2020 was er een van angst. Als ik tenniste, keek ik opeens weer écht naar de tennisbal, en hoe dat vilt er ook alweer op zit. De bal is eigenlijk het enige dat je als tennissers deelt, in de sport die gemaakt lijkt om afstand te houden. Zelfs het gravel leek nog verdachte in de overdracht van het virus. Ook de haren van een tennisbal leken de onbekende ziekte over te kunnen dragen, via zweetdruppeltjes en adem van je vrienden.

Binnen een paar weken was bijna al ons tennisgenot afgepakt. Eerst sloten alle tennisparken. Grote gele borden joegen fanatieke tennissers weg. Tennissen op een openbaar tennispark was in de eerste lockdown illegaal geworden. De hekken gingen op slot, maar zelfs dat weerhield sommige tennissers niet om alsnog de baan te betreden, ook al hingen de netten er slap bij.

Snel was ik gewend aan de tijdelijke situatie. In het grote sport-niets van de lockdown, waar alleen sporten als hardlopen en fietsen was toegestaan, vond ik geluk bij een bakstenen netje op een miniveld, even buiten de gravelbanen van tennisclub Tiebreakers, naast het Flevopark in Amsterdam-Oost. Zo’n vijfhonderd meter van mijn huis.

Schermafbeelding 2021-10-08 om 14.47.43

De oefenmuur bij tennisclub Tiebreakers in Amsterdam-Oost.

M’n tennisvrienden en ik speelden opeens met plezier een half uur tennis op miniveldjes. Ook de tennismuur bleek opeens een lekkernij, die ik meer dan twintig jaar had genegeerd. ‘Het muurtje’ bleek net zo’n scherprechter als ik toen twaalf jaar oud was.

Een paar keer per week fietste ik ik naar het muurtje van Tiebreakers, dat me in al die jaren nooit was opgevallen. Maar in heel Nederland bleken voetballers, tennissers, hockeyers massaal de wet te overtreden, dus werd alles nog strenger.

Zelfs het muurtje met graffiti en de miniveldjes met stenen netten werden op een gegeven moment afgesloten. De lockdown was compleet voor de tennisser, niet aan te ontkomen. Willen tennissen op een tennisbaan stond bijna gelijk aan het plegen van een misdaad. Het was hartstikke illegaal.

Een vriend belde. ‘Ik liep vanochtend met de kids door het bos hier in […] en ik kom een privé-gravelbaan tegen. Ik had het nog nooit eerder gezien. Ik heb aangebeld bij dat huis.’

Toen we echt niet meer mochten tennissen, was tennissen ongeveer het enige dat ik nog wilde, zoals dat gaat met schaarste. Ik was zó desperate geworden om te tennissen dat ik op Google ‘huis met tennisbaan’ had ingetikt en op Funda alle huizen aanklikte met een tennisbaan, zelfs als het geen gravel was. Alle uithoeken van Nederland heb ik gezocht voor een betaalbaar huis met tennisbaan, van Friesland tot Limburg. Een privébaan was de enige legale oplossing voor onze problemen.

Op een gegeven moment had ik gevonden wat ik zocht. Een monumentaal pand, ver onder Utrecht maar nog binnen een uur rijden op de A2. Een wit huis met een rode tennisbaan in de achtertuin. Op de foto’s leek het op smashcourt, omdat de ondergrond er zeer vlak bij lag. Het was dat vreselijke smashcourt, of het was een gravelbaan die er bizar goed bij lag. Het was minimaal tweehonderdduizend euro duurder dan we eigenlijk konden betalen, maar ik was toch nieuwsgierig.

’s Nachts drukte ik toch een keer op de knop dat ik geïnteresseerd was en liet mijn telefoonnummer achter.

Schermafbeelding 2021-10-08 om 14.47.55

Het huis op Funda met de tennisbaan.

Een week later stonden mijn partner en ik op een schitterende gravelbaan. De makelaar zelf had niet door dat de foto’s van de tennisbaan op de website geen uitsluitsel gaven over de ondergrond. De baan had niet veel mooier gekund. Toen ik op de baseline stond, keek ik naar de witte accenten van het monumentale gebouw, en was uiteraard verkocht.

Het huis was verder als een droom, met open haard, hoge plafonds. Extreem veel ruimte, als je Amsterdam gewend bent. Veel hoefde er niet te gebeuren. Vanuit de keuken had ik uitzicht op een deel van de tennisbaan. Een droomhuis.

Ik kijk nog zeker één keer per maand naar het huis, waar we nooit zullen wonen. Omdat we het niet kunnen betalen, en omdat het in een gemeente ligt waar we nooit willen wonen.

Ondertussen kwam er een update van mijn goede vriend, over de mysterieuze tennisbaan in het bos. ‘Je bent al de zoveelste die belt’, gromde de eigenaar, die geen zin had in heel veel gedoe. Maar voor vijf euro per uur konden we weleens op zaterdagavond tennissen, als we alles netjes zouden achterlaten.

Een maand na de officiële lockdown ging het gebeuren. Zaterdagavond om zeven uur. Een uur tennissen. In de supermarkt kocht ik een paar blondbiertjes, die ik koud in mijn tennistas stopte. Ik had nog een blik met vier nieuwe tennisballen: check. Een oude tennisvriend van me zei ooit dat het leven te kort is om met slechte ballen te spelen en ik ben het met hem eens. Ik pakte mijn tennistas in, zoals ik ooit als 14-jarige mijn eerste tennistoernooien speelde. Alles dubbelchecken. Extra demper. Sporttape voor mijn pols. Handdoek. Liter water. Alleen het oranje AA’tje was ingeruild voor bier. En ik had een flesje desinfect mee.

Ik kreeg instructies om de geheime tennisbaan te vinden. Uit privacy-overwegingen en omdat ik wil dat niemand die dit leest weet om welke baan het gaat, zal ik alleen zeggen dat de instructies zo waren: ‘Ok, je kan er komen met auto. Het beste is om naar [adres] te navigeren. Er staat een bord dat je er niet in mag met auto’s maar je kan daar langsrijden. Grindweg volgen totdat je op gegeven moment naar links af kan. Na ongeveer 100 meter kom je bij de tennisbaan en daar zal je een auto geparkeerd zien staan. Moet lukken en anders even bellen!’

Volgende appje: ‘O ja, heb jij misschien nog 10 euro cash voor baanhuur?’

Een kwartier te vroeg ging ik rijden, zodat ik speling had, mocht ik de baan onverhoopt niet kunnen vinden. De uitleg bleek vlekkeloos. Na wat manoeuvres vond ik mezelf terug op een bospad, waar ik in de verte één auto geparkeerd zag. Dit kon niet missen. Het enige dat me verbaasde, was de omgeving. Het was pas het begin van een bos, maar toch ook weer zo afgelegen van de grote weg dat je het onmogelijk zomaar zou kunnen vinden als je er niet in de buurt woonde.

Schermafbeelding 2021-10-08 om 14.48.04

De ‘geheime’ tennisbaan in het bos.

Ik moest door een soort groene haag lopen en belandde toen in een soort fata morgana. Midden in dit bos in Nederland had iemand ooit een tennisbaan laten aanleggen, met Wimbledon en Roland Garros in z’n hoofd. Aan de zijkant was er een verhoging gemaakt, waar twee witte banken uitnodigend waren geposteerd. Om op de tennisbaan te komen, moest je een boog onderdoor. Het hekwerk was net anders dan op tennisclubs. Een stuk hout en wat gaas, dat was het, en dat onderstreepte het unieke. Pronkstuk was wat mij betreft het huisje naast de tennisbaan. Een houten huisje, met binnen een tafel, stoelen en een ijskast en allemaal houten rackets. Er was zelfs een werkende WC aan de achterkant. Aan alles was gedacht. Twee bezems om de lijnen wit te vegen.

Het was alsof ik weer voor de eerste keer ging tennissen na een lange blessure. Ik ging op de baseline staan en keek naar mijn tennisvriend, aan de overkant van het net. Maar ik keek vooral naar het bos, achter hem. Ik was alleen nog wat huiverig om de tennisbal lang vast te houden, zo bang was ik nog voor het virus.

Het bleef een beetje surrealistisch. Ik keek vooral vaak om me heen. Naar het bos, de eenzaamheid van de tennisbaan. Als tennisser speel je eigenlijk altijd op een park met meerdere banen. Na vijf minuten inspelen, tien minuten crossen, en puntjes spelen tot de zeven volgde een oefensetje. Ik won met 6-3, maar dat was bijzaak.

Na een uur en een gesprokkeld extra kwartiertje, gingen we op zeker twee meter afstand van elkaar zitten. We legden de envelop met tien euro – vijf euro per uur – op de tafel in het clubhuis annex tuinhuisje. Het was kwart over acht, het lentezweet druppelde eindelijk weer langs mijn armen. Ik opende twee flesjes La Chouffe en voelde me als in de gevangenisfilm Shawshank Redemption. Als de gevangenen na uren arbeid voor de verandering eens een biertje mogen drinken. Ze voelden zich in een abnormale situatie voor even normaal.

Schermafbeelding 2021-10-08 om 14.48.11

De ‘bosbaan’.

Die eerste paar weken gingen we elke zaterdagavond op onze bosbaan tennissen. Het was heerlijk. In de strenge lockdown was dit het enige uitje in de hele week. We hoefden geen agenda’s naast elkaar te leggen, want die was bij iedereen schoongeveegd. Elke zaterdagavond was tijd voor tennissen op onze idyllische privébaan en een biertje. Daarna drie kwartier naar huis rijden.

Ik heb overenthousiast nog nagekeken hoe duur dat is, een gravelbaan aanleggen, maar voor minder dan vijftigduizend euro gaat dat niet lukken.

Nog even doorsparen, voor de volgende pandemie.

Botic en Sidney

‘Je moet de bal eerst strelen, voordat je hem kunt slaan’

Parool – Botic van de Zandschulp werd in december verrassend Nederlands kampioen in het enkelspel, én in het dubbelspel met tennistrainer Sidney de Boer. Martin Simek speelt op de achtergrond een grote rol.

Toen Robin Haase hem na de finale van het NK – 4-6, 7-6, 6-4 – aan het net een nogal slap en snel handje gaf om hem te feliciteren, wist Botic van de Zandschulp dat het goed zat. “Dat betekent dat ik in z’n hoofd was gekropen.” Haase is veruit de beste Nederlandse tennisser op de wereldranglijst, de nummer 58. Van de Zandschulp stond aan het begin van 2016 1180ste van de wereld. Aan het einde van het jaar was hij de nummer 402. Toch werd híj Nederlands kampioen.

Toen dezelfde Van de Zandschulp – die woont in Veenendaal – met zijn tennisvriend Sidney de Boer – uit Zaandam – ook in het dubbelspel op miraculeuze wijze de Nederlandse titel won door het veel hoger aangeslagen duo Wesley Koolhof en Matwé Middelkoop te verslaan, kon De Boer niet stoppen zijn dubbelpartner te knuffelen. Logisch: De Boer staat 1059ste in het dubbel. Van de Zandschulp 568ste.

De Boer is geen natuurtalent. Daarom had de tennistrainer maar één doel in zijn tennisleven: dubbelkampioen van Nederland worden. Een doel dat door anderen nooit serieus werd genomen. “Die titel was daarom echt magisch,” vertelt De Boer in het Frans Otten Stadion in Amsterdam-Zuid.

‘Martin praat veel buiten de baan. Op de baan praat hij zo min mogelijk. Dan laat hij je voelen’

Eigenlijk mochten ze helemaal niet meedoen aan de NK, omdat De Boer buiten de top 20 stond. Alleen met een wildcard konden ze tot het toernooi worden toegelaten. De Boer zat uren achter zijn computer op de F5-knop van zijn toetsenbord te drukken om zijn browser te vernieuwen en te zien of ze ingeloot waren. Van de Zandschulp wist al lang dat de wildcard binnen was, maar zei niets tegen De Boer. Ze moeten er nu nog steeds om lachen.

Botic en Sidney

→ Sidney de Boer (l) en Botic van de Zandschulp. ‘In het begin toen Martin bij ons op de baan stond, dacht ik: wat is dit voor verstrooide man? Maar nu ik de progressie bij Sidney zie, snap ik het.’ Foto: Mats Van Soolingen

Eerst zonder bal

Als tennisdubbel – en als interviewduo – vullen ze elkaar aan en hebben ze veel plezier samen. Het verbindende element en de inspirator in hun verhaal is de Tsjechische Nederlander Martin Simek, de excentrieke radio- en televisiemaker én tennistrainer. Simek (63) kan zelf niet meer alle slagen voordoen, maar weet zijn levenslange ervaring als tenniscoach nog steeds over te brengen. Ambitieuze tennissers vliegen regelmatig naar Zuid-Italië, naar het woeste Calabrië, om zich te laten bijscholen op hun moeilijke weg door de lagere regionen van het internationale toptennis, de futures en de challengers.

Anderhalf jaar geleden trok De Boer de stoute schoenen aan en ging naar Simek toe. “Martin, ik zou graag nog een goede tennisspeler willen worden.”

Simek vertelt vanuit Calabrië wat er daarna gebeurde. Hij moet eerst potlood en papier pakken, omdat hij tijdens het gesprek wil tekenen. “Sidney was al 24 jaar en ‘maar’ de nummer 50 van Nederland. Toen ik begon te werken met Michiel Schapers (uiteindelijk een van de meest succesvolle tennissers van Nederland) was hij 21 jaar oud en stond hij twaalfde van Nederland. Maar ik vond Sidney een leuke jongen. Ik heb hem eerst zonder bal laten tennissen en bewegen. Ik wilde zien of hij het talent van Johan Cruijff of René van de Kerkhof had. En Sidney bleek geen Cruijff.”

Water in een rivier

Toch was Simek ontroerd door de tennisliefde van De Boer, die alle boeken over tennis had gelezen. “Maar daar heb je niets aan,” zegt Simek. “Dat is alleen maar ballast. Daar word je gek van. Het is tweedehands kennis. Kennis moet je doorleven. Zoals Cruijff zei. Je gaat het pas zien als je het doorhebt. Dus heb ik een plan gemaakt voor Sidney. Ik wil dat hij een van de jongste coaches wordt die straks op de proftour tennissers gaat begeleiden. Sidneys grootste talent is bescheidenheid en incasseringsvermogen. Laatst zei hij dat het zoeken naar de juiste uitvoering van een tennisslag hetzelfde is als water dat zijn weg zoekt in een rivier. Dat is het belangrijkste wat hij tot nu toe tegen me gezegd heeft.”

Succes in het dubbelspel en een toekomst als coach komen voor De Boer steeds dichterbij dankzij de begeleiding van Simek. “Martin vindt dat je eerst de bal moet kunnen strelen, voordat je hard naar de overkant kunt slaan. Martin praat veel buiten de baan. Op de baan praat hij zo min mogelijk. Dan laat hij je voelen wat je beter moet doen. Bij de return maak ik een te grote achterzwaai. Dus knipte hij de snaren uit m’n racket en deden we een oefening waarbij de bal door mijn racket moest. Dan houd je wel op een achterzwaai te maken. Martin is een mentor voor mij. Hij traint mij op alle vlakken. Maar ik ben geen gelovige of zo. Dat hij een profeet is en ik hem aanbid.”

Van de Zandschulp onderbreekt hem hard lachend: “Een beetje wel! In het begin toen Martin bij ons op de baan stond, dacht ik: wat is dit voor verstrooide man? Maar nu ik de progressie bij Sidney zie, snap ik het.”

Carrière voorbij

De Nederlandse tenniswereld was in december vooral verbaasd over de manier waarop Van de Zandschulp Nederlands kampioen werd. Hij was zo zenuwachtig dat hij hoopte dat hij de toss zou winnen en Haase kon laten beginnen met serveren. Dat mislukte. Haase won de toss en liet slim zijn nerveuze tegenstander als eerste serveren. Van de Zandschulp leverde meteen zijn service in en werd pas rustig nadat hij zijn eerste game had gewonnen. Daarna ging hij steeds beter spelen en in de derde set vloog hij over de baan, terwijl hij de beste tennisser van Nederland van hoek naar hoek stuurde.

Simek

→ Martin Simek: ‘Ik heb een plan gemaakt. Ik wil dat Sidney een van de jongste coaches wordt op de proftour.’ANP Kippa

Twee jaar geleden nog leek de tenniscarrière van Van de Zandschulp voorbij. Hij had in een douche een virus opgelopen en kreeg allemaal blaasjes op z’n handen en voeten. Zijn handen begonnen te vervellen en hij kon geen racket vasthouden. Het gleed telkens uit zijn handen. Toen zijn handen eindelijk genezen waren, koos hij er in november 2015 voor om zijn tenniscarrière toch nog drie jaar de kans te geven. Hij traint nu met Bas Coulier bij Amstelpark en spart af en toe met De Boer en Simek in Amsterdam.

Als een liefhebber

Zijn held is de Spanjaard Rafael Nadal. Misschien mag hij tijdens het ABN Amrotoernooi in Rotterdam met hem trainen. Want de prestaties van de Nederlandse enkel- en dubbelkampioen zijn niet onopgemerkt gebleven. Hij heeft van toernooidirecteur Richard Krajicek een wildcard gekregen voor het kwalificatietoernooi.

Al bij hun eerste ontmoeting werd Simek betoverd door zijn talent. Als het aan Simek ligt, speelt Van de Zandschulp binnen een paar jaar Davis Cup voor Nederland. “Ik wist niet wat ik zag. Een soort Miroslav Mecir. Normale spelers oefenen slagen. Maar spelers als John McEnroe en Mecir hebben geen slagen. Die zitten aan de bal zoals een liefhebber aan de vrouw zit. Die raakt ze met aandacht. Niet met wellust, maar met gevoel voor de vrouw.”

Simek wacht op een seintje van Van de Zandschulp om hem te mogen coachen. Misschien dat hij komend seizoen kan doorstoten, zodat hij daarna kwalificaties voor een grand slam mag spelen. Simek: “Botic behandelt ook iedere bal met gevoel. Hij is een hele gevoelige jongen. Je ziet tegenwoordig veel aangeleerde spelers. Maar ik zie sinds die eerste ontmoeting iemand die op geheel eigen wijze tennist. Ik denk dat die jongen heel groot kan worden. Als ik met hem ga werken wordt hij snel top 100. Maar hij heeft me nog niet gevraagd.”

Federer-Wawrinka-960x540

Publiekslieveling Roger Federer vecht zich naar Australian Open finale

MELBOURNE – Zes maanden moest de tenniswereld wachten totdat de beste en meest populaire tennisser aller tijden weer op de tennisbaan zou verschijnen in een officieel toernooi. En na een machtige vijfsetter in de halve finale van de Australian Open tegen landgenoot Stan Wawrinka (7-5 6-4 1-6 6-4 6-3) hoopt iedereen op een legendarische finale tegen de Spanjaard Rafael Nadal.

De Australian Open van 2017 lijkt wel de Australian Open van 2009, toen Rafael Nadal zijn enige grandslam down under won met een zege op Roger Federer. Het toernooi lijkt er in ieder geval eentje van het vorige decennium. Een ‘tournament of champions’, een kampioenentoernooi om de schoonheid van de sport te vieren. De zusters Serena (35) en Venus Williams (36) staan tegenover elkaar in een grandslamfinale. Dat gebeurde voor het laatst in 2008, op het gras van Wimbledon. En ook de Zwitser Roger Federer (35) – zijn laatste grandslamtitel dateert van 2012 – staat ‘gewoon’ weer in de finale.

Gewoon is absoluut niet het goede woord hier. Want de Zwitserse tovenaar speelde een half jaar geen toernooien vanwege een knieblessure. Hij moest Roland Garros missen, werd in de halve finale van Wimbledon nipt verslagen door de Canadees Milos Raonic en besloot volledig te herstellen. Het grote publiek mag blij zijn, want een van de redenen voor deze lange break is het vergroten van de kans op nog veel productieve tennisjaren.

Federer meest populaire speler

In Melbourne is te zien waarom Federer nog speelt, terwijl hij met het recordaantal van 17 grandslams absoluut niet meer hoeft. Hij wordt gedragen door het publiek. Dat was al zo bij zijn rentree in de Fed Cup in Perth in West-Australië, toen opeens het hele stadion vol zat met fans. Toen Andy Murray en Novak Djokovic – de nummers 1 en 2 van de wereld op het centrecourt speelden, was er ’s avonds plek voor de bezoekers om het ticket op te waarderen.

Hoe anders is dat met Federer, die het alleen lastig had tegen de mindere goden Jurgen Melzer en Noah Rubin in de eerste en tweede ronde, maar daarna tegen sterke tegenstanders als Tomas Berdych en Kei Nishikori liet zien dat het natuurtalent ook op 35-jarige leeftijd tot de allerbesten van de wereld hoort. En met de vroege uitschakeling van Djokovic en daarna Murray werd de buzz steeds groter in Australië. Kunnen de twee beste tennissers ooit – Federer heeft 17 grandslams, Nadal 14 – weer tegenover elkaar komen te staan? En zou de Zwitser, die al sinds 2007 niet meer van Nadal heeft gewonnen in een grandslam, weer eens een kans maken?

1484597258745

Momentum veranderde na time-out van Wawrinka

Tegen Wawrinka liet Federer zien dat de zes maanden eruit hem goed hebben gedaan. Het was alweer zijn tweede winst op een top-5 speler deze week, nadat hij eerder Nishikori had verslagen. Federer had de eerste twee sets gewonnen. Hij was een stuk beter was dan zijn goede vriend, die een medische time-out nam vanwege knieproblemen. Daarna kwam Wawrinka als herboren terug. Die liet minder met zich sollen. Nam meer het initiatief en maakte de rally’s fysieker, wat absoluut in het nadeel was van Federer. De rally’s werden langer, toverballen van Federer kwamen minder van het racket en Wawrinka begon vooral met big forehands te domineren.

Enter de vijfde set. Toen kwam het meest vreemde moment van de wedstrijd. De beste speler aller tijden nam een zeldzame medische time-out. Later zou Federer zeggen dat het wel kon, omdat Wawrinka het ook deed. Het leek ook op een kleine mindgame. ‘Ik had al de hele wedstrijd last van mijn been. Dus ik dacht: waarom niet? Normaal doe ik dat niet en maak ik er ook geen misbruik van, maar het was prettig om even van de baan te zijn en ook even tegen iemand te praten.’

Wat een comeback van Wawrinka leek te worden – de Zwitser herpakte zich laat in zijn carrière en won de afgelopen drie jaar elk jaar een grandslam – werd op de een of andere manier toch een zegetocht voor Federer. Zoals dat altijd zo gebeurt op hardcourt. De 3 zeges in de verder eenzijdige 19-3 Federer-Wawrinka verhouding kwamen allemaal op stand op het tragere gravel.

Want na het wegwerken van een breakkans voor Wawrinka maakte die zelf drie onnodige fouten en gaf hij makkelijk de game weg op een 2-3 achterstand. ‘Vandaar keek ik nooit meer terug. Het is wel vaker een vreemde wedstrijd tegen Wawrinka. En ik kreeg een goedkope break,’ zei Federer, die aangaf dat de zes maanden pauze hem goed hadden gedaan. ‘Het was daarvoor elke keer blessure behandelen, dan weer trainen. Blessure behandelen. En om van top 10 spelers te winnen moest ik weer echt helemaal gezond worden. En dat is wat ik heb ik gedaan het afgelopen half jaar.’

Federer-Wawrinka-960x540

‘Niets te verliezen’

Federer hoopt niet per se op de verrassende Bulgaar – een soort kopie qua spel van Federer, alleen dan minder briljant – als tegenstander in de finale. Hij staat 23-11 achter tegen de Spanjaard, die hem vaak de meest pijnlijke nederlagen heeft bezorgd in zijn carrière. Desondanks druipt het respect van de grote kampioenen voor elkaar er vanaf. En mocht Federer Nadal treffen, dan zal hij op de snelle baan van Melbourne zeker een kans maken. ‘Ook tegen Wawrinka zei ik tegen mezelf in de vijfde set: wees relaxed. Geniet ervan. Je hebt zes maanden niet gespeeld. En ik denk dat die ‘niets te verliezen’ houding me veel heeft opgeleverd dit toernooi.’

Of het genoeg is voor de titel zal zondagavond blijken. Zondagochtend in Melbourne. Wordt het de achttiende voor Federer na vijf jaar zonder grandslam (drie nederlagen in finales). Wordt het de vijftiende voor Nadal, die daarmee de Zwitser nadert, met zijn geliefde Roland Garros als volgende Grandslam. Of wordt het de eerste van Dimitrov?

 

 

 

jerzy 2

Jerzy Janowicz kan fantastisch verliezen  

Blog – ‘She tried to analyze me once but she got too scared’. Dit is wat politiesloper Marv – gespeeld door Mickey Rourke – in de film Sin City zegt. Aan dat karakter moest ik denken, toen ik Jerzy Janowizc zag tennissen. De Pool die in Melbourne na een lange knieblessure liet zien waarom de tennistour hem heeft gemist. 

6-4 6-4 staat er op het scorebord op showcourt 2 op de Australian Open, voor Jerzy Janowicz tegen de Kroaat Marin Cilic, de nummer 7 van de wereld en US Open kampioen van 2014. De Pool viert zijn voorsprong – en elk gewonnen punt – alsof hij de Australian Open heeft gewonnen.

Ik vrees dat Janowicz nu heel theatraal in vijf sets  gaat verliezen.
Ik krijg helaas gelijk. De Pool, de nummer 273 van de wereld na blessureleed, mag de komende tijd tevreden terugkijken op de eerste twee sets. Daarna: 6-2 6-2 6-3 voor Cilic, die per set beter ging spelen. Het was de eerste dag van de Australian Open waarschijnlijk een van de mooiste wedstrijden. Een vijfsetter tussen twee tenniskanonnen in de volle zon, op het knusse showcourt 2.

Ik wilde dat Janowicz won. Er zijn weinig tennissers waarbij de gekte zo op de loer ligt. Cilic had Goran Ivanisevic als coach. Die zei altijd dat er drie Gorans waren. The good, the bad and the crazy.

En Janowicz? Janowicz is een vulkaan. In dat opzicht zou je kunnen zeggen dat Janowicz altijd één persoonlijkheid heeft, namelijk die van de vulkaan. Maar je kunt ook zeggen: hij is gek, gestoord, briljant, dropshotkoning, servicekanon, choker, tanker, discussiezoeker, acteur en aandachtszoeker. Let wel. Het gaat hier om de 26-jarige Pool, 2,03 meter, die uren aan elkaar services van boven de 200 kilometer per uur afvuurt en dat afwisselt met beukende forehands. Vreemd lijkt zijn allergrootste hobby het slaan van dropshots. Het aaien in plaats van rammen van de bal. Hij stond in 2013 in de halve finale van Wimbledon en bereikte dat jaar de 14e plaats van de wereldranglijst.

Naar de box kijken vermindert de stress

Zo weinig mogelijk emoties tonen is tegenwoordig de maatstaf, maar de Pool laat na elk punt iets zien van zichzelf. Zoals ze op de WTA-tour doen, kijkt hij sowieso extreem veel naar z’n ‘box’, dat partijtje stoelen waar de coach en aanhang van de speler zitten. Voor Janowicz kan zijn box niet vol genoeg zitten, zegt hij later. Hoe voller, hoe beter. Na elk punt is er een baalmoment of een juichmoment. Nooit is er niets. Ik vraag hem na de wedstrijd: was er een moment dat je het naar je zin had op de baan?

Hij zegt: ‘Tennis is mijn werk, om eerlijk te zijn. En work pisses you off sometimes. Maar ik probeer me altijd te focussen. Ik probeer positief te blijven.’

Even de vierde set weggeven

Na de verloren derde set gaat ook de vierde set niet helemaal naar wens. 2-5 achter. Setpunt voor Cilic, tweede service voor Janowicz: hij slaat ‘m zo een paar meter uit. Doet-ie niet moeilijk over. In zijn universum mag dat. Even de vierde set wegtanken, voordat hij fris aan de vijfde kan beginnen. Ze zeggen dat er in Melbourne vier seizoenen in een dag zitten. Dat is het cliché. Dat klopt. Het klopt ook als je zegt dat er vier seizoenen in een week zitten. De ene dag is het 18 graden. De volgende dag vrolijk 33. Zo rolt Melbourne.

Zo passeren in elke game van Janowicz minimaal vier seizoenen. Koud. Vochtig. On fire. Wisselvallig. Loeiheet. Regenachtig. Storm. Sneeuw. Orkaan. Zelfdestructie.

DSC_0365

Ook ik irriteerde me richting het einde van de wedstrijd – rond een uurtje of vijf ’s middags – aan dronken Australiërs, die lukraak wat dingen schreeuwden door het stadion. Maar de Pool gaat altijd verder. Die irriteert zich aan alles. Het werd zo erg dat hij wilde dat een Cilic-supporter de Kroatische vlag over de reling van de tribune verwijderde. De man deed het. Janowicz won het volgende punt. Maar het werd erger. In de vijfde set, op 0-2 40-15 voor Cilic, begon hij uitvoerig ruzie te maken met een man uit het publiek. Discussieerde een minuut met de scheidsrechter en raakte hem bijna fysiek aan. Hij komt daarna 0-3 achter tegen een ontketende Kroaat, die zeker geen robot mag worden genoemd, maar in vergelijking met de Pool bijna leek. Zo rustig en perfect bleef de voormalige pupil van Goran Ivanisevic in het temmen van de storm Janowicz.

Mag het iets rustiger?

Het zou mooi zijn als Janowicz het theatrale en explosieve zou verruilen voor wat rust. In principe kan hij alles, als tennisser. Met wat rust en iets meer spelinzicht (en wat minder blessures) zou hij al héél lang in de top 15 staan. Maar ja, dan was Janowicz niet Janowicz. Want wat was zijn antwoord op steeds beter spel van Cilic? Nog harder slaan. Geen services van 210 kilometer per uur maar van 225 per uur. Nooit eens afwisselen naar zachter. Verongelijkt kijken naar de box als Cilic weer eens een forehand wegslaat. Ruzie maken met de toeschouwers. Puntjes weggeven.

En wat gebeurt er na de wedstrijd? Eerst kijkt hij wat nukkig voor zich uit. Hij wil geen interview en vermijdt oogcontact. Quotes als: ‘Dat is tennis. Winnen en verliezen. De final score was niet goed voor mij.’

‘Ja, ik ben een explosief iemand’

Maar langzaam ontdooit hij, breekt de glimlach door en kijkt hij me – enigszins tevreden – recht in m’n ogen aan. En terecht. Wat had hij te vertellen? Dat het niet makkelijk is om het vertrouwen terug te krijgen na een lange blessure. Dat hij een paar kansen had, maar dat Cilic ongelofelijk speelde op een gegeven moment. Net als ik denk dat hij vrij normaal is blijkt hij weer verongelijkt: ‘Ik snap het niet. De Australian Open verdient zoveel miljoenen. Maar dit court was niet makkelijk om op te spelen. Deze baan is zo ongelofelijk snel. Hoe kan elk court dan anders zijn, als ze zoveel geld hebben? Ik trainde eerder met Dominic Thiem (nummer 8 van de wereld) op Hisense Arena. Die baan is twee keer zo traag. Het was veel makkelijker om daar rally’s te spelen. Deze baan was zo snel dat ik niet eens dropshots kon spelen.’

Als ik hem aan het einde van het interview nog wat beter wil leren kennen, stelt hij niet teleur. ‘Weet je. Ik ben geen acteur op of buiten de baan. Ik ben mezelf. Ik probeer niemand anders te zijn. Ik probeer me niet beter voor te doen. Als ik niet blij ben, laat ik het zien. Maar ik word echt niet elke seconde gek. Ik probeer me altijd te focussen op de wedstrijd. Ik probeer het. Maar ik ben explosief.’

Ja, dat is die man die me zo op Marv doet lijken.

https://www.youtube.com/watch?v=AAEJedBQk7s