Blue-Jasmine

Blue Jasmine: wat is echt?

Met zijn nieuwste film Blue Jasmine (briljante titel) maakt Woody Allen niet alleen een tijdsbeeld maar na tamelijk luchtige films als Midnight in Paris en You Will Meet a Tall Dark Stranger ook weer een serieus drama. Dat mag vaker, want de oude meester is in vorm. Als kijker blijf je hopen dat de gespleten Jasmine – uitmuntend vertolkt door Cate Blanchett – het gaat redden in haar nieuwe leventje bij haar armlastige zus.Blue_Jasmine1

Als een drugsverslaafde is Jasmine gehecht aan haar luxeleventje samen met haar rijke echtgenoot en oplichter – gespeeld door de degelijke Alec Baldwin. Ze heeft stijl, dat moet gezegd. Verder is ze vooral een moderne variant op Hyacint Bucket (spreek uit: bouquét) van Keeping Up Appearances. Vorm boven inhoud. Charity dinertjes organiseren, paraderen in designer kleding en vooral heel veel feestjes met de high society. Je ziet het in mooie flashbacks door de film heen, terwijl Jasmine na de arrestatie van haar man totaal berooid bij haar zus Ginger aanklopt en al snel werk vindt als…tandartsassistente. Kalmeringsmiddelen slikkend probeert Jasmine te wennen aan haar nieuwe leven en het is dankzij Blanchett dat de film bijna altijd interessant is. Haar getormenteerde ziel is – als je daar tegen kan – een lust voor het oog. De splitsing in haar hoofd tussen haar oude en het nieuwe leven. Vorm of toch de inhoud? Zo blijft ze de hele film worstelen en dat levert geniale scènes op, waarvan die met de tandarts en met de kinderen van Ginger je nog nablijven.

Het geworstel blijft overigens niet voorbehouden aan Jasmine, want haar hoge standaard van leven probeert ze ook aan haar goedmoedige zus op te dringen. Geen enkele man is goed genoeg voor haar volgens Jasmine, die ook zelf weer gelukkig probeert te worden in de liefde. Maar kiest ze daarbij – een les geleerd – voor het oude of het nieuwe?

Het schijnt dat Allen in New York vaak het soort vrouwen tegenkomt die Jasmine weerspiegelen. Voormalige rijke vrouwen die door de economische crisis arm worden en opeens moeten wennen aan een ander leven. Het geeft de film alleen maar meer inhoud, want ook zonder dit gegeven is het spel van Blanchett en de manier waarop Allen voor de zoveelste keer in zijn carrière de menselijke tekortkomingen laat zien, zeer de moeite waard.

De film had bijna een 9 verdiend, maar omdat het film in het middenstuk wat langdradig wordt, vind ik het zelf een dikke 8 waard. Na de kleine inzinking draait Blanchett en de film op volle toeren naar het einde en dat is op een wat lugubere manier zeker genieten.

Oordeel: 8/10

8108485483_72be8633f5_b

Rock ’n Roll Hockeyer

Koppe Koppeschaar, een naam uit een sprookjesboek. Voorbestemd om bij Kampong in de jaren negentig te schitteren op het hockeyveld, maar in tegenstelling tot de eveneens illuster genaamde Taeke Taekema was hockey niet zijn leven. Dat is de muziek. Na een paar jaar hoofdklasse aan de Laan van Maarschalkerweerd vond de eigenwijze en talentvolle Koppeschaar het op 25-jarige leeftijd mooi geweest. Zijn steekpass wordt node gemist. Koppe Koppeschaar

Koppeschaar vertrok altijd een kwartier eerder dan zijn teamgenoten van Kampong naar de uitwedstrijden. De Eend van de familie reed eenmaal niet zo hard en deed er een halve minuut over om de 100 kilometer per uur te halen. In de Citroën 2CV werden er shaggies gedraaid en cassettebandjes gespeeld van voornamelijk Bob Dylan. Het was vijftien jaar geleden de manier voor Koppeschaar en zijn hockeyvrienden om zich voor te bereiden op een competitiewedstrijd. Hockey balanceerde tussen amateurisme en semi-professionalisme in. „Als ik terugkijk op mijn hockeycarrière denk ik meteen aan de ongein die je met elkaar hebt op weg naar de wedstrijd. Dat soort dingen blijven je bij, soms meer nog dan het hockey zelf”, zegt de 38-jarige geschiedenisleraar van het Trinitas Gymnasium in Almere en gitarist van onder andere de band ‘The Starcrossed and Easy’. Die klassieke Eend leeft nog steeds, hij staat nu in Frankrijk bij het huis van zijn ouders en speelt een mooie rol in zijn leven. Jaren geleden werd Koppeschaar met die auto ’s nachts in Amsterdam bijna aangereden door Jelka van Houten. Zij was vroeger de achtergrondzangeres van zijn band, net als jonge zus Carice van Houten. Na acht jaar mondde het weerzien op straat uit in een huwelijk en zoon Walt. Drie jaar geleden kwam Koppeschaar voorbij in alle grote kranten, toen ze trouwden. Jelka was ondertussen uitgegroeid tot bekende actrice en BN-er. „Tsja, die aandacht. Ach, wie leest dat nou? Wij zoeken het in ieder geval niet op. Toen ik Jelka leerde kennen was ze helemaal niet bekend. Ik ben blij dat ze nu doet wat ze leuk vindt en dat het goed gaat. Ik heb de afgelopen jaren veel met haar opgetreden. Tot in elke uithoek van Nederland. Samen muziek maken is zó leuk. Dat is wat ons bindt.”

Bij Kampong wisten ze dondersgoed dat het leven van hun teamgenoot verder ging dan de liefde voor het hockey alleen. Op trainingsstage in Maleisië en Singapore stond Koppeschaar in 2000 in een club in Kuala Lumpur, aangespoord door zijn teamgenoten, op het podium om ‘Play that Funky Music’ op de gitaar te spelen. Samen met vrouw en kind was Koppeschaar deze zomer op een muzikale droomvakantie. Een maand naar muziekstudio’s in Memphis, met uitstapjes naar Graceland en Nashville. Ondertussen speelde hij een partijtje golf op de golfbaan van Justin Timberlake. Na dertien jaar zonder stick en bal zeggen namen van hockeyinternationals als Sander de Wijn en Eva de Goede hem niets. „Jaap Stockmann en Nick Meijer (Nu Bloemendaal, red.), dat zegt me wel iets uiteraard, omdat ik die jongens vroeger nog training heb gegeven. Verder zit ik er helemaal niet meer in. Daarom is het voor mij leuk om weer eens terug te blikken, want hockey heeft me heel veel gegeven”, zegt Koppeschaar op een terras in de Jordaan in Amsterdam waar hij jaren woonde. „ Elke dag ging ik na school samen met Japie (boezemvriend Jaap Biegelaar, red.) naar Kampong met een cricketbat, een tennisracket en een hockeystick. Alleen maar sporten, een toptijd. Kampong is een geweldige club met mensen toen als Wim Cornelis, Naud Naeff en Frits Schilthuizen die er altijd waren. Natuurlijk, het hockeywereldje is een beetje kak en beperkt, maar welk wereldje is dat niet? Dat maakt het spelletje en de mensen die er rondlopen niet minder leuk.”

Met zijn grote bos krullen zag Koppeschaar er anders uit dan zijn keurig gekapte teamgenoten van Kampong, waarvan de meesten lid waren van het studentencorps en rechten, geneeskunde of economie studeerden. Hij, met rugnummer 19, studeerde geschiedenis en toog na de vrijdagavond training het liefst af naar ‘de bunker’ bij Sterrewijk waar hij met zijn maatjes van de band genoot van urenlange jamsessies. Koppeschaar een culthockeyer? Misschien, maar wel met kwaliteiten. Specialiteit: met de ogen richting de zijlijn en het publiek, het lichaam naar rechts gedraaid, iedereen laten denken dat hij een breedtepass gaat geven. Dat was het moment dat Koppeschaar triomfeerde, altijd wachtend tot de spitsen de diepte inliepen om een steekpass te geven. Die timing van de pass en de snelheid van de bal: puur talent.

Lijdzaam moest hij helaas toezien hoe de steekpass steeds minder belangrijk werd in het moderne hockey, waar tegenwoordig een harde flats belangrijker is. „Hockey veranderde al heel erg toen ik zelf speelde”, constateert Koppeschaar, die begon met hockeyen toen buitenspel nog bestond en de ruimtes om te hockeyen kleiner waren. „Het werd van een individuele technische sport echt een teamprestatie, waarbij de bal vooral heel vaak van achter op en neer werd geschoven. Ik vond dat zelf al veel minder leuk om naar te kijken en minder om zelf te doen.”

Samen met oud-international Paul Frederik van Esseveldt en zijn maatje Biegelaar doorliep Koppeschaar alle jeugdteams van Kampong om er op z’n zeventiende te debuteren in het eerste, toen Jacques en Richard Brinkman en Jean-Pierre Pierie daar nog speelden. Als rechtsmidden maakte hij indruk. „Paultje en ik stonden altijd samen op de rechterkant, wij waren in de jeugd niet te houden”, lacht Koppeschaar, die samen met Teun de Nooijer in het Nederlandse jeugdteam speelde. „Donald Drost was toen coach bij Kampong en dat is de beste trainer ooit. Die trainingen die hij gaf waren heerlijk. Ik was zelf ook op mijn best. Later coachten Paul Litjens en Tom van ’t Hek ons. Van ’t Hek is wat mij betreft de beste hockeyer die ik ooit heb zien spelen. Dat merkte ik ook als hij in de trainingen meedeed. Hij kon echt alles goed, zelfs meeverdedigen.”

De hockeycarrière van het talent stopte abrupt toen Rob Bianchi coach werd van Kampong en hij na onenigheid met de oud-voetballer uit het team stapte. „Wij lagen elkaar toen niet zo en ik was ook tamelijk recalcitrant moet ik zeggen. Ik wilde muziek maken, met vrienden op stap. Ik leefde er niet meer voor. Op een gegeven moment merkte ik ook dat ik niet meer de bepalende speler was terwijl ik de beste wilde zijn. Als hockeyer was ik wispelturig en eigenwijs. Dat maakte me ook een goede hockeyer en tot de mens die ik ben. Maar ik zag mezelf niet tot m’n 35ste meehockeyen als middenmotor.”

Koppeschaar sleet zijn hockeydagen een paar jaar in het derde team met zijn oude vriendjes. Totdat Reinoud Wolff kwam. „Koppe, er komt een nieuwe coach, wat dacht je ervan?”, polste Gerold Hoeben, assistent-coach bij het eerste en nu assistent bij het Nederlands elftal. “Daar ben ik hem nog steeds dankbaar voor”, bekent Koppeschaar. “Ik nog twee jaar in het eerste gespeeld in een redelijk goed elftal waarin we keurig zesde werden. Ik ben blij dat ik die twee jaar nog heb meegepakt. Ik wilde mezelf nog een keer bewijzen en het laten zien. Dat is gelukt, ik stond centraal achterin. In de basis.”

Op 25-jarige leeftijd stopte hij abrupt met tophockey en begon het vrije leven voor Koppeschaar. Optreden, jammen, in studio’s hangen. Vrij zijn op zondag. Op zaterdagavond naar een feestje kunnen. Maar de waardering blijft voor al die hockeytrainingen en ritjes in de auto op weg naar de uitwedstrijd. „Ook als leraar op een middelbare school heb ik nog profijt van het hockey. Ik weet wat er voor nodig is om goed te presteren. En: je moet het met z’n allen doen. Dat heb ik wel geleerd. Daar heb ik nog elke dag profijt van. Ik ben Kampong ook ontzettend dankbaar, voor mij was het een heerlijke jeugd daar. ”

<kader>

Muziek    

„Het is een cliché, maar hockey was mijn hobby en muziek is meer mijn leven. Hoewel, met Walt erbij is het kindje ons leven”, aldus Koppeschaar, die net als veel muzikanten met een avondje ‘jammen’ nooit kan stoppen. „Muziek is anders dan hockey, het is niet competitief, een heel ander gevoel.” 

Vroeger was het voor Koppeschaar altijd Bob Dylan, hoewel de liefde voor andere bandjes welaan steeds groter wordt. „Ik heb deze zomer in Amerika Dylan live gezien. Dat was het toch niet helemaal meer. Maar goed hij blijft een legende.”

Waar de ex-hockeyer met wat vrienden begon met de band ‘Starcrossed and Easy’ in Utrecht, heeft hij zijn horizon verruimd en trad hij de afgelopen jaren veel op met singer songwriter Edo Donkers, Bartel Bartels, Diederik Nomden en Van Houten en De Beus. Vroeger was de funk en blues favoriet, nu heeft hij zich meer gefocust op de country. „Ik ben een paar jaar geleden begonnen met het spelen op een mandoline en Pedal Steel Guitar. Country en ‘Bluegrass’ (Amerikaanse muziekstroming uit de jaren 50, de muziek van immigranten in de bergstreken van Oost-Amerika met jazz-achtige invloeden en veelvuldig gebruik van mandoline, red.) is waar ik nu veel naar luister, zoals The Flying Burrito Brothers, Manassas en John Hiatt.” Ondanks het abrupte einde van zijn hockeycarrière pakt hij nog één keer per jaar de stick op. „Ik geef al acht jaar les op het Trinitas Gymnasium in Almere als geschiedenisleraar en we organiseren altijd een hockeytoernooi waar we zelf meedoen. Als je die gastjes dan ziet rennen, daar zitten wel wat talentjes bij hoor.”

Link naar de PDF