Schermafbeelding 2023-01-09 om 19.58.07

Kijkend naar Maxime Cressy waan je je even in het Wimbledon van de jaren tachtig (NRC)

Wimbledon – Het ‘ware’ grastennis, service-volley, is zeldzaam geworden op Wimbledon. De Frans-Amerikaanse speler Maxime Cressy (25) houdt de speelstijl in ere.

Kijken naar Maxime Cressy (25) op Wimbledon is jezelf als kijker weer in de jaren tachtig en negentig wanen, toen service-volley-specialisten als John McEnroe, Boris Becker en Stefan Edberg domineerden op gras met hun atletische en aanvallende spel. De Frans-Amerikaanse tennisser doet deze weken als enige wat verder niemand op de All England Lawn and Croquet Club nog doet – of misschien nog durft: na elke service rent hij naar het net.

De wedstrijd dinsdag tegen Felix Auger-Aliassime op baan 3 in Londen, een intiem stadion met perfect gemaaid gras, is daarmee een contrast van speelstijlen. De ‘aanvaller’ tegen de ‘verdediger’ – de netbestormer tegen de baseliner. Zoals het vroeger John McEnroe was tegen Björn Borg, Pete Sampras tegen Andre Agassi en Martina Navratilova tegen Chris Evert.

Cressy is tegen de nummer 9 van de wereld de aanvaller, die de punten kort wil houden. De Canadees de opgejaagde, die probeert om zijn tegenstander elke keer te passeren. Meestal duwt de Amerikaan de volley na zijn machtige service subtiel naar de hoek en wint hij zo het punt. Soms schildert Cressy de bal kort achter het net met een stopvolley. De 1,98 meter lange Cressy verslaat de Canadees in een hoogstaande partij, waarin hij 134 keer naar het net rent en daar 95 punten maakt, een succespercentage van 71 procent. Hij laat daarmee bij zijn debuut op Wimbledon zien dat service-volley niet uitgestorven is.

Nul keer service-volley

Vijfentwintig jaar geleden sprintte meer dan de helft van de spelers op het snelle gras na hun eerste en tweede service naar het net. Dit veranderde in 2001, toen Wimbledon de samenstelling van het gras wijzigde. Het toernooi koos voor duurzamer gras, waar de balstuit gelijkmatiger en hoger was. In combinatie met betere snaren – meer controle – en betere rackets werd service-volley steeds minder een winnende tactiek in Londen. Verdedigende spelers kregen steeds meer ‘grip’ op de tennisbal en konden vaker de netspeler passeren.

Baseliners Lleyton Hewitt en David Nalbandian liepen in de finale van 2002 geen enkele keer naar het net na de service. Het bleek een kentering. In 2003 was het percentage service-volley dat door de mannen werd gespeeld nog maar 33 procent. Dit daalde naar tien procent in 2008. Vorig jaar was het percentage gezakt naar slechts vier procent.

Roger Federer (40), die dit jaar ontbreekt omdat hij nog herstelt van een knie-operatie, waarschuwde in 2017 al voor deze ontwikkeling. „Voor mij is het raar om te zien dat op ons niveau bijna iedereen waar ik tegen speel, weigert service-volley te spelen. Dat is fantastisch voor mijn kansen”, zei Federer, nadat hij voor de achtste keer het toernooi had gewonnen. „Goede dingen gebeuren aan het net. Je wil daar zijn, en je moet daar tijd spenderen om je er vertrouwd en goed te voelen.”

 

Geef een reactie