The Master: fenomenaal maar afstandelijk

The_Master_Paul_Thomas_Anderson47

“Wat vind jij van de film?” vroeg een aardige buurvrouw me in Cinecenter na twee uur kijken. Wat volgde was een gesprek op fluistertoon, waarbij zelfs het beschaafde volume binnen een paar minuten werd afgestraft door een mevrouw in de stoel voor ons. Dat welbekende “Ssssssjjjjjjj”, gevolgd door “Kunnen jullie wat stiller zijn?” ging me door merg en been en deed me weer zestien voelen. Terwijl ik zo netjes was met die arme mevrouw die al twee uur op zichzelf aan het inpraten was dat ze toch echt naar een goede film keek. Ik begin met deze intro, omdat het eigenlijk wel aangeeft wat voor verschillende reacties ‘The Master’ oproept, de nieuwe film van Paul Thomas Anderson.

The_Master_Paul_Thomas_Anderson47

Na het hilarische Boogie Nights, waarin de porno-industrie in de jaren zeventig op een onnavolgbare wijze in beeld wordt gebracht, het ambitieuze Magnolia dat op 28-jarige leeftijd vooralsnog zijn grootste meesterwerk is volgde het diep intrigerende There Will Be Blood. Daarin neemt Anderson de kijker bijna drie uur mee in het spel van Daniel Day-Lewis, die als oliebaron alleen het slechte ziet in de mens. De immorele manier waarop de oliebaron te werk gaat bouwt zich langzaam op in de film, totdat je eindelijk beseft waarom de film ook al ‘There Will Be Blood’ heet.

The Master focust zich niet op één persoon, maar laat Joaquin Phoenix (Freddie Quell) en Philip Seymour Hoffman (Lancaster Dodd) een vader-zoon relatie aangaan die aan de ene kant schuurt, onbegrijpelijk is, irriteert maar ook leidt tot totale onderwerping aan Master Lancaster Dodd, een personage losjes gebaseerd op Scientology oprichter L. Ron Hubbard.  En een Master is iets wat Freddie Quell, net na het eindigen van de Tweede Wereldoorlog wel kan gebruiken, blijkt uit de eerste scènes waarin een fenomenale Phoenix zijn PTSS (Post Traumatische Stress Stoornis) moeilijk kan verbergen. Deze man is zwaar beschadigd door de oorlog. En eigenlijk weet je ook al meteen dat het niet goed gaat komen. Toch heeft The Master Quell graag om zich heen.

Het quasi-overtuigende gepreek van The Master, die zijn vrouw (prachtrol van Amy Adams) zijn boeken laat dicteren, contrasteert hevig met de toch waardige maar volkomen van zichzelf vervreemde Quell. En eigenlijk zien we meer dan tweeënhalf uur de ontwikkeling van beide personages in bizarre en vervreemdende scènes. Het verhaal loopt niet in één keer door, het ene volgt het andere niet per se op. En dan gebeurt wat meester Paul Thomas Anderson voor ogen heeft: je begint bij de trage scènes steeds meer te denken.

Over The Master, over Quell, over hun relatie, over de Tweede Wereldoorlog, goed en kwaad, oplichting, het bedriegen van mensen met een valse waarheid. En nu, een week later denk ik nog steeds na over deze film. Wat wil Anderson me vertellen? Het is een extreem vaardig gemaakte film, geschoten in het ongebruikelijke 70mm en met twee acteurs die schitteren, hoewel Phoenix nog meer overtuigt dan Seymour Hoffman. Alleen kijk je naar een incoherent verhaal en ik vraag me af of dat bewust is. Ik denk het wel en dat is dan ook mijn enige kritiek op de film. Anderson lijkt steeds meer de kant op te gaan van Michael Haneke, die bekend werd met Amour, Caché, La Pianiste en Das Weissen Band. Die maakt nooit films die nou alleen maar fijn zijn om te kijken, maar je wilt ze toch niet missen. Het is geen twee uur durende ontspannen kijkervaring, met een simpel verhaal en eenvoudige Hollywood eindes, maar hij legt de bal bij jou, de kijker. Dat is wat Anderson ook steeds meer doet en ik kan niet anders dan concluderen dan dat je The Master in ieder geval één keer gezien moet hebben. Ik blijf nog mijmeren over de film, de verschillende onvergetelijke scènes, maar ergens verlang ik ook weer terug naar een film als Boogie Nights, die én interessant is maar ook vermaakt.

 

Geef een reactie