Jack Wouterse: ‘Ik was liever profvoetballer geworden’ (2008, De Ajacied)

Jack Wouterse 2

Een bullebak met gevoel. Zo wordt Jack Wouterse vaak getypeerd. Een van Nederlands beste acteurs (50) en winnaar van twee Gouden Kalveren. Hij speelde in Grijpstra en de Gier en Vet Hard. In All Stars speelde hij de lompe voorzitter. Dat is slechts het topje van de ijsberg, want Jack Wouterse is een veelvraat in de Nederlandse film- en theaterwereld.

Onlangs speelde hij met het Ro-theater in King Lear van Shakespeare de oude koning Lear. In dit toneelstuk is de koning zijn hele leven bezig te vergeven en vergeten. Dat overkomt Wouterse zeker niet. Daarvoor staat deze imposante man te dicht bij zijn gevoel.

Waarom interviewt De Ajacied een van Nederlands succesvolste acteurs? Omdat Jack Wouterse fanatiek Ajax supporter is. Al zijn halve leven. Laatst werkte hij mee aan een spotje om de Ajax-supporters te manen niet te rellen. Hij is een van de kopstukken van de Ajax-aanhangers. Wouterse heeft een groot lichaam en als hij wil een strenge kop. Een ´bullebak´. Zo ziet hij eruit en zo speelt hij vaak zijn rollen. Maar de realiteit is anders. Als hij de interviewer ophaalt, midden in de Bijlmer bij een parkeergarage, is het beeld meteen gekanteld. Een man in een pyjamabroek komt aanstommelen, zijn haar in de war. Dit is Nederlandse glamour. Een van Nederlands beste acteurs en je hebt nooit het gevoel dat hij bekend is. Wel dat hij goed kan acteren. Wouterse houdt van het grote gebaar en van overdrijven. Zeker als hij het over zijn grote liefde Ajax heeft. Terwijl hij met acteren liever de details omarmt. Jack Wouterse legt in een monoloog uit wat hij mooi vindt aan Ajax, wat er beter kan en wat de raakvlakken zijn tussen voetbal en acteren. En passant geeft hij ook nog levenslessen.

Sterk. Gaan. Schieten. Koppen. Ja!

“Ik speelde zelf bij Hoevelaken. Ze zeiden tegen mij, je zit niet op voetbal, maar op zuipen! Een van de hoogtepunten uit mijn leven was het jeugdkampioenschap met Hoevelaken. In mijn studententijd heb ik ook wel gevoetbald in Arnhem, maar toen ik erachter kwam dat ik het betaald voetbal niet ging halen was het toch een beetje over. Ik speelde een proefwedstrijd voor FC Utrecht en toen merkte ik dat die jongens veel beter zijn. Zelf voetballen vond ik geweldig. Vrienden, zuipen en lachen, wat voetbal natuurlijk voor tachtig procent is. Maar als je merkt dat de top er niet inzit, of in ieder geval te lui voor bent, dan is het over. Ik was te lui. Ik stond vroeger in de spits. Een beetje als die oud-spits van Utrecht, Joop van Maurik. Echt een kampbewoner, echt een beul. Oorlog maken. Ik was een etterbal, ik kon goed rammen. Er waren jongens die technisch verfijnder waren natuurlijk.”

“Ik kon wel goals scoren. Sterk. Gaan. Schieten. Koppen. Ja! Die oud-teamgenoten zijn nu allemaal vijftig. Die kunnen allemaal niet meer lopen, laatst zag ik weer zo´n gozer, die was nog dikker dan ik. Maar de taken waren toen precies hetzelfde. Je hebt de loper. De renner. De technisch goede voetballer. De balafpakker. Als je die foto´s van vroeger ziet en je ziet de lichamen van nu. Ja Cruijff, die had nog wel een lichaam, maar dat zag er niet uit. Nu is het meer atletiek geworden dan voetbal. Ik heb overal gevoetbald en gestopt toen ik twintig was. Ik ging 24 jaar geleden voor het eerst naar De Meer. Vanaf dat moment was ik Ajacied. Dan stond ik met mijn circus in de winter hier op de Veemarkt. Ik stond op vak O. Dus ik heb al die jongens zien opkomen. Bergkamp zien debuteren. Van Basten. Kieft. Bosman. Als ik kon ging ik iedere week. Dat heb ik nog. Een seizoenkaart heb ik pas vanaf de Arena. Vroeger kon je ook gewoon nog losse kaartjes krijgen. Dan ging je gewoon om kwart voor twee weg, wedstrijd was om half drie. Even vijf minuten in de rij staan en klaar.”

Jack Wouterse

Godenzoon Johan Cruijff

“Voordat ik naar De Meer ging was ik ook altijd al voor Ajax, qua voetbal. Dat komt ook door Johan Cruijff. Cruijff is gewoon geniaal. Een halfgod voor mij. Een revolutionair. Dat vind ik nog. Dat is zo´n mooie man, ook als voetballer, maar ook hoe hij is. Hoe hij denkt, daar ben ik zwaar verliefd op. Een goede vader en zo´n goed mens. Een hele pure man. Hoe hij met geestelijk gehandicapten omgaat, dat is allemaal echt. Als kind heb ik Johan Cruijff en al die andere helden allemaal meegemaakt. Ik was twaalf toen ze voor het eerst de Europacupfinale speelden. En als je dat als kind ziet, ben je daarna verliefd op Ajax. Dat is eigenlijk nooit weggegaan.”

“Onvergetelijk dat seizoen dat hij weg moest. De afscheidswedstrijd van Piet Schrijvers. Het publiek pikte het gewoon niet dat Cruijff weg moest van voorzitter Ton Harmsen. Die moest zelf daarna ook zijn biezen pakken. Maar die wedstrijd vergeet ik nooit, het was 6-5 tegen FC Groningen of zo (Ajax – Fortuna Sittard 6-5 van 14 mei 1983, red.). Hoe Cruijff die wedstrijd en dat seizoen voetbalde, dat was ongelofelijk. Dat was gewoon een openbaring. Cruijff maakte een beweging en dan werd het hele stadion eerst even stil, voordat iedereen hem begreep. Dan zag je eenentwintig man een kant opkijken, terwijl de bal de andere kant oprolde. Geniaal. Openingen die je pas begreep als hij ze gemaakt had.”

“Nu zit ik op de tribune ongeveer alles voor te zeggen. Nu loop je voor op wat er gebeurt, terwijl je bij Cruijff achter liep. Met Perez en Davids tegen AZ zag ik eindelijk weer een keer dat de bal in een keer genomen werd, waardoor het spel zoveel sneller werd. Cruijff had openingen, waardoor je bepaalde nieuwe situaties kreeg. Fantastisch. Hij was ver boven iedereen de leider in het veld. Piet Keizer komt bijvoorbeeld voor mij niet in de schaduw van Johan Cruijff. Piet Keizer was leuk en lachen. Maar wel een ´twee minuten voetballer´. En in die twee minuten was hij geniaal. Verder zag en hoorde je hem niet.”

Echte Ajacieden

“Mooie herinneringen heb ik aan jongens als Simon Tahamata en Gerald Vanenburg. Van die rechtsbuitens, jongens die op de vierkante meter iemand vier keer voorbij konden. Vanenburg ging vaak klooien bij de cornervlag en dan ging zo´n stadion ook tekeer. Die deden dingen dat je dacht van ´Hè?´. En het leidde tot niets en dan stond het allang 8-0 of zo. Witschge had dat ook best wel. Die kon met z´n kont de bal stoppen. Technisch zó superieur. Daar hou ik van, dat gevoel van ´Sorry wij kunnen er ook niks aan doen, maar wij zijn beter dan jullie´. Richard Witschge had dat.”

“Nu ga ik voor pingelaars als Suarez naar het stadion. Ja, dat het een op de vijf keer lukt zou mij een worst zijn, maar voor die ene keer ga je. Hij probeert in ieder geval een mannetje voorbij te gaan. Waarom zit je op voetbal? Om een mannetje voorbij te gaan vind ik! Huntelaar vind ik de beste voetballer van Ajax, goalgetter, werkt zich de pleuris, maar die kan geen man voorbij gaan. Suarez is echt de kunstenaar. Hij heeft het onverwachte en doet dingen dat je denkt ´Oooh´. Die Suarez kan er wel een worden. Als hij die brutaliteit maar niet verliest, dat is zijn kracht. Een echte Ajax-speler, een echte virtuoos. Toen Van Basten opkwam als 17-18 jarig pikkie zat hij samen met Kieft en Bosman in het team. Wat een kwaliteit! John Bosman was ook ongelofelijk goed, die kon zó goed koppen. Daar vergist iedereen zich in. Van Basten is een winnaar. Die was vanaf het begin goed. Kluivert vind ik geen leuke jongen. Wel een waanzinnige voetballer. Die had het niveau Van Basten kunnen halen. Maar niet die mentaliteit van Van Basten. Niet die houding, veel dommer.”

“Hij heeft zichzelf helemaal kapot gesnoven. Feesten. Beesten. Wat Van Basten er allemaal niet voor over had om zijn enkel te laten genezen. Die mentaliteit mist Kluivert. Van der Vaart is ook mijn soort voetballer, veel meer dan Sneijder. Van der Vaart is een leuke gozer, Sneijder niet, Sneijder is een irritant egoïstisch mannetje. Die alleen met zichzelf bezig is. Van der Vaart is mooi om naar te kijken. Van der Vaart deugt wel, Sneijder deugt niet. Speelden ze tegen Bayern München, hadden ze 4-0 verloren en zei Sneijder: ´Ik heb wel goed gevoetbald´. Waar gaat dat over?”

“Sneijder en Van der Vaart konden altijd meer dragen in het team. Zlatan Ibrahimovic kon dat in het begin niet bij Ajax. Terwijl die goal tegen NAC gewoon geniaal was. Daar zat ik vlak voor. Als je drie mensen op de grond hebt liggen, drie mensen op de grond voetbalt, dat is niet normaal. Jesper Olsen kon dat ook. Zlatan is nu een grote jongen. Zlatan is een kunstenaar. Rosenberg is een houthakker. Waar ik nu woon hier in de Bijlmer heeft Jari Litmanen ook gewoond. En Clarence Seedorf. Seedorf pleurde altijd zijn vuilnis over de balustrade. Terwijl het toch een hele sociale jongen is geworden.”

Geen clubgevoel bij Ajax

“Van Basten moet trainer worden van Ajax. Hij heeft altijd gelijk, net als Cruijff. Met het Nederlands elftal werkt hij met een aantal jongens die hij niet kan veranderen. Die hij niet kan sturen. En dat kan wel bij Ajax. Hij kan dan echt aan een systeem werken en die jongens beter maken. Absoluut Van ´t Schip erbij. Ik geloof ook in die vriendendingen. Dan vragen ze zich af wat er mis is met Ajax. Het is geen vriendenteam! Als er iemand geschoffeld wordt, moet je er met z´n allen opduiken. Dat kan echt nog wel bij Ajax. Al dat geld is allemaal maar gelul. Het moet gewoon echt een vriendenclubje zijn. Daar is FC Twente bijvoorbeeld veel beter in. Sommige clubs behalen resultaten, omdat die jongens voor elkaar door het vuur gaan. Davids is volgens mij zo professioneel dat hij van niemand houdt. Maar die werkt zó voor het team. Iedereen eromheen krijgt daardoor veel meer inzet. Kuyt is ook zo’n jongen. Vroeger speelde je niet tegen Feyenoord, maar tegen Kuyt. En dan zag je al die jongens van Feyenoord kijken van ‘Ik moet wel’. Die gozer liep zoveel, dan moet je wel mee. Dan gaat het niet meer alleen om mannetje dekken, maar dan gaat het om oorlog.”

“Ik vind dat Ajax gewoon weer bij De Toekomst moet gaan trainen, al is het maar om weer echt contact te krijgen met de jeugd. Vroeger in De Meer keken de eerste-elftalspelers gewoon bij de pupillen. Dat die pupillen ook dachten van ‘Wauw kijk eens wie daar staat’. Je krijgt dan als voetballer ook wat met die club, in plaats van die aandelen. Die tosti’s zullen ze in de Arena ook wel kunnen krijgen, maar je moet betrokken zijn bij je club. Het moet een normale voetbalclub zijn, waar je trots bent dat je in het eerste speelt. En dat je je daarnaar gedraagt. Ga lekker die pupillen trainen op woensdag, dan weet je waar het om gaat. Al dat geld hebben ze strontmazzel mee. Maar daar het gaat niet om. Het gaat om winnen, het gaat om lol en lekker voetballen. Het is toch gênant in de Arena, als je na een verloren wedstrijd dan nog het gesponsorde ´Man of the Match´ krijgt, dat je denkt van waar gaat dit over. Ik vond het ook belachelijk dat ze Perez hadden weggedaan, echt onvergefelijk. Ik vond het raar dat hij weinig speelde. Dat soort voetballers moet altijd spelen.”

“Ik herken Ajax niet meer. Dat is al lang aan de gang. Het gekut met het bestuur begon al tijdens Morten Olsen. Dat het bestuur dingen probeerde, maar allemaal zo zakelijk. Het leek niet meer op Ajax. Olsen, Wouters, Arena, bestuur, gezeik. Ja, na Van Gaal is het heel snel afgetakeld. En de Arena hielp niet qua sfeer. Ik mis en miste het oude Ajaciedengevoel. Clubdingen. Bij Feyenoord lopen al die jongens daar rond. Coen Moulijn. En Peter Houtman als stadionspeaker.
Van mij mag je best verliezen, maar het gaat ook om de manier waarop. Met opgeheven hoofd, vies broekje en shirtje en schuim op je bek is prima. En niet van ‘Ik was best goed’ wat Sneijder op een gegeven moment begon te roepen. Ten Cate zei over die wedstrijd tegen RKC dat het gras te hoog was. Dan denk je ‘Man sodemieter op!’. Het gaat toch om een lekker potje voetballen. Dat moet je ook doen als het minder gaat. Daarom vind ik Davids zo’n verademing. Die verkoopt zijn huid duur. Daarvoor ga je naar het stadion. Je betaalt namelijk 450 euro voor zo’n seizoenskaart, doe er dan ook iets voor.”

“Vroeger stonden ze bij het eerste fluitsignaal al voor met 1-0. Voetbaltechnisch hebben we die kwaliteiten nu ook niet. Die superioriteit. Perez en Davids spelen die bal gewoon in een keer. Terwijl de rest drie seconden staat te wachten. Het moet technisch veel sneller, brutaler, veel meer diepte. Ze zijn nu gewoon niet beter. Tegen NAC (1-3 nederlaag, red.) vond ik NAC ook echt gewoon beter. Maar sommige dingen begrijp ik ook niet. Zijn er standaardsituaties met corners. En dan staat iedereen in het strafschopgebied. Soms zakt Suarez dan nog terug om de afvallende bal te hebben. Maar het gaat al jaren zo bij Ajax dat die bal doorschiet naar de andere kant. Zet daar dan iemand neer. Iemand die de bal weer kan voorzetten dan. Maar dat gebeurt nooit. En van de tien corners zijn er acht die er zo doorschieten. Hoe moeilijk is het om die doorschietende bal op te vangen. Waarom anticiperen ze daar niet op? Ajax durft niet meer op buitenspel te spelen. Dus Ajax speelt heel erg naar voren. En dat is heel erg anders verdedigen dan bij iedere andere ploeg, omdat je heel wat ruimte laat liggen. Dat betekent dat je heel scherp moet verdedigen. Dan moet je echt op de man durven verdedigen en echt op buitenspel spelen. Dat durven ze niet meer en dat kunnen ze niet meer.”

Als voetballer ben je toch niet meer dan de groenteboer

“Ik zou naar de Toekomst gaan om te trainen. Dan krijg je meer clubgevoel. Er zit ook iets fout in het bestuur volgens mij. Die mensen hebben zulke fouten gemaakt. Die zijn meer bezig een bedrijf te runnen, dan een voetbalclub. Kwaliteit is niet alleen te koop, maar dat moet je ook maken. Dat zie je aan zo´n Albert Luque. Misschien best een goede voetballer, maar je hebt er niks aan. Dat soort spelers snapt ook niet wat er essentieel aan Ajax is. Je moet spelers toch opleiden, die snappen Ajax dan. Ik ging ook wel eens naar de training kijken, toen Van Basten daar rondliep als trainer van Jong Ajax. En dan zat ik, en waarschijnlijk al die jongetjes ook, gewoon twintig minuten te kijken hoe hij een balletje hoog hield. Dat is een grootheid. Daar kijk je tegen op. En dat is goed voor die jeugdspelers.”

“Ik ben er sowieso dus voorstander van om die oude kliek weer binnen te halen bij Ajax. Omdat die jongens weten wat Ajax is. Dat is de opleiding. Hoe kan het nou dat Emanuelson zo ver weg zakt? Hij nam het toen over van Maxwell en toen dacht iedereen, we hebben er weer een hoor. Maduro hetzelfde. Heitinga een tijdje geleden. Dat ligt niet alleen de spelers, maar ook aan de begeleiding. Ze moeten meer lol hebben daar bij Ajax. Gewoon lachen. Van Basten lacht ontzettend veel. Van Basten zette die verdedigers gewoon voor lul met die dubbele schaar. Louis van Gaal en Co Adriaanse zijn topkerels. Maar die lullen alleen maar over looplijn zus, looplijn zo. Louis van Gaal is gewoon een acteur, maar dan een slechte acteur. Hij heeft geen voetbalhumor. Het is allemaal niet zo serieus, het is maar een potje voetbal! Voetballers moeten op zondag ook niet na gaan denken. Wat je op de training oppikt is mooi, maar voor de rest moet het automatisch gaan.”

“De structuur van Ajax is nu niet te analyseren. Allemaal boekhouders. Heb je weer zo’n commissie. Allemaal gelul. Het moet gewoon met passie en het hart. Mannetje voorbij, daar gaat het om. Dan gebeurt er wat. Anders wordt het dammen en krijg je tactisch gelul. Trainers hebben veel te veel macht. Maak een opstelling. Zorg ervoor dat ze voor elkaar door het vuur gaan, dat er gelachen wordt en dat ze met elkaar gaan kaarten. Ik denk dat die jongens die bij Van Basten spelen bij het Nederlands Elftal allemaal voor hem door het vuur gaan. Behalve dan Van Bommel, die zich gepasseerd voelde. Als je Van Basten trainer maakt van Ajax, krijg je een team waar al die jongens op doorbreken staan ook echt doorbreken.Ik was woedend op het aankoopbeleid van Martin van Geel, maar dat hij Perez terug heeft durven halen getuigt wel van ballen. Want Perez is gewoon heel belangrijk. Zo’n speler miste je. Maar Martin van Geel moet zich nog bewijzen. Je moet geen spelers verkopen, nadat de seizoenskaarten al verkocht zijn. Ten Cate vond ik helemaal niets. Met al die Spanjaarden die hij meenam. Ik was blij dat hij weg ging. Urzaiz. Waarom haal je zo’n speler? Ten Cate is een beetje een praatjesmaker. Dat Ronald Koeman en Ten Cate in het seizoen zijn weggegaan zegt genoeg. Dat zou ik zelf nooit doen. Natuurlijk niet. Respect voor Fred Rutten, die nee zei tegen PSV, omdat hij het niet kon maken tegenover FC Twente. Die snapt het gevoel van alle seizoenskaarthouders. Kan absoluut niet wat Ten Cate en Koeman hebben gedaan. En wat er nu met die Alves gebeurd is, is zo ontzettend banaal. Die jongen maakt je hele team naar de klote. Dat is geen houding.”

“De zakelijke mensen, de zaakwaarnemers maken het voetbal minder leuk. Het is gewoon leuk spelen met z´n allen en dan krijg je ook respect voor elkaar in het team. Dat je die hardwerkende jongen, die minder de blits maakt in het team, ook juist heel erg nodig hebt. Die spelers moeten niet te veel nadenken. Dat is ook haptonomie. Dat je denkt, die bal komt zo en dat je hem ook zo aanneemt als je hem wil. Dat gebeurt dan tegelijkertijd. Zo scoorde Van Basten die goal in de EK-finale in 1988. Het gebeurt zoals jij het wilt. Leven in het moment. En daarvan genieten. Toen Van Basten trainer werd van het Nederlands Elftal, zei hij ook dat al die spelers ooit zijn gaan voetballen, omdat ze het leuk vonden. Ja, dat is gewoon het geheim. Zo´n Bogarde snap ik totaal niet. Je moet niet de rijkste voetballer willen worden, maar de beste. Je wilt toch voetballen? Ik sprak een keer een bekende voetballer, ik noem geen naam. Die speelde in Spanje en was op een Panna-toernooi in de Arena. Ik was er ook en ik sprak hem aan. Die jongen deed zó uit de hoogte. Het sloeg nergens op, wat kan het mij nou schelen dat je profvoetballer bent? Sodemieter op. Helemaal niks. Als voetballer ben je toch niet meer dan de groenteboer. Kom op, doe normaal. Je verdient een hoop geld, dat is mazzel en doe verder gewoon je werk. Wat Nigel de Jong deed met die kinderen, vond ik daarom ook heel goed. Hij snapt het. Ik heb zelf ook niet de neiging om naast mijn schoenen te lopen. Ik doe gewoon mijn werk.”

Acteren lijkt op voetballen

“Het gras, dat gelul in zo´n kleedkamer is fantastisch. Eigenlijk is dat hele toneel en film gewoon ter vervanging van het voetbal. Als het goed gaat met acteren, dan vlieg je elkaar om de hals van ´Wat was dat mooi man´. Het is ook een vorm van sport. Je moet alleen ook de lelijke dingen laten zien bij het toneel. Ik zie daar veel overeenkomsten in. Het leek me hartstikke leuk om profvoetballer te worden. Maar ik ben ook een laatbloeier, dus ik heb soms het idee dat ik het te vroeg heb opgegeven. Ik heb nu nog steeds aanleg voor luiheid. Ik kan keihard werken, maar dan moet ik er zijn! Er moet aan getrokken worden. Ik kan heel makkelijk opgeven. Aan de andere kant kan ik ook ontzettend verbeten doorgaan.”

“Bij het toneelstuk King Lear van Shakespeare zei een collega van me, toen sommige dingen nog niet goed gingen: ´Ja maar we zijn ook geen Ajax´. Dan word ik zo kwaad, wij zijn potverdomme hét theatergezelschap van Rotterdam. Hoger is er niet dan Nederland. Je zit bij de elite van de theaterwereld, waar heb je het over? Af en toe is toneel chirurgisch precies, zoals voetbal ook kan zijn. Maar je moet ook lol hebben. Want uiteindelijk zie je aan een acteur of dat hij lol heeft of bang is. Dat is precies hetzelfde als met een voetballer. Je mag ook niet bang zijn, dan kun je nooit goed spelen. Ik ga ervoor. Ik probeer het moment echt te pakken, te proeven, dat is die haptonomie. Daar heeft Van Basten het ook over. Dat komt uiteindelijk op hetzelfde neer. Bij opnames van Grijpstra en De Gier liep ik een keer tegen Van Basten op. En hij herkende me gewoon. Leuke serie vond hij dat. Ik heb een minuutje met hem geluld, maar ik heb daarna meteen al mijn vrienden gebeld!”

“De spanning die je voelt voordat je het toneel op moet of een filmopname, dat is wel te vergelijken met voetbal. Pure concentratie. Helemaal proberen te ontspannen door te concentreren. Ik kan me dan ook ergeren aan mensen die niet op dat niveau van concentratie zitten. Die dan met z´n allen ‘Kinderen voor Kinderen’ gaan zingen. Dan ben je toch niet bezig met wat er gaat komen. Lol moet je hebben als je aan het oefenen, aan het trainen bent. Concentratie met ontspanning is het best. Ik ben heel erg in mijn eentje voordat ik opkom. Bezig met teksten. Af en toe raak ik mensen aan: ´Spelen jongen, jij bent de beste!´. Ik voel dat ik echt nog beter kan. Met Peter Greenaway, een topregisseur, merk ik dat hij meer uit me kan halen. Meer dan ik nu laat zien. Goede regisseurs kunnen dat. Die man heeft klasse. Die kan je beter maken. Net als Cruijff. Van Basten en zelfs Rijkaard, die moe werd van het gezeik van Cruijff, zijn toch blij dat ze hem hebben meegemaakt als coach.”

“Zo´n Greenaway heeft een heel groot inzicht, die kan ontzettend goed kijken. Hij geeft een kleine aanwijzing en dat opent een wereld: ‘I don´t know, but could you try this?’ Dat zijn de geheimen van het vak. Net als Cruijff die het over twee meter naar achteren staan heeft en dan krijg je opeens vijf keer meer ballen. Dat voel je ook af en toe in je zitten. Dan doe je iets best wel goed, maar je voelt gewoon dat het beter kan. Je moet jezelf in die omstandigheden plaatsen, dat je kan uitblinken. Soms heb je ook  beperkingen in het script. Dan vind ik dat er nog wat extra geschreven moet worden of dan krijg je het idee dat je dat zelf moet schrijven. Grijpstra en de Gier was hartstikke leuk om te doen, maar dat heeft ook een plafond. Ik heb in veel kunstfilms gespeeld waarmee we veel prijzen hebben gewonnen. Maar niemand die ernaar kijkt. Soms heb ik wel eens een voorstelling gespeeld en daar zitten momenten in, die zijn misschien nog niet eens geschreven. Maar dan ga je. Dan ben je los! Dan zweef je! Dan is het zo raak. Dat soort momenten zijn heel erg bevrijdend. Daar ben je naar op zoek. Magische momenten. Die zijn heel moeilijk om te herhalen.”

“Ik ben nu vijftig geworden. En ik had laatst een gesprek met Wilfried de Jong daarover (presentator van onder meer Holland Sport, red.). Wat wil je nog eigenlijk in je leven? Dat is het voordeel aan acteur zijn op je vijftigste. Ik kan nog alle kanten op. Ik kan mijn piek nog krijgen. Niet zomaar weer een filmpie of toneelstukkie spelen. Dus ik ben nu dingen aan het verzinnen, gelegenheden aan het creëren voor dingen die ik nog niet gedaan heb. Dat is heel spannend. Echte keuzes maken, financieel helemaal niet interessant, maar dat maakt me geen reet uit. Ik wil kleinschalig en de diepte in. Theater én film. Kleinschalige films waarin ik zelf de hoofdrol speel. Over losers. Die het niet halen. Mensen aan de alcohol, omdat ook die mensen echte mensen zijn. En dan verfilmen op z´n ‘Theo van Gogh´s’. Mooie verhalen maken, die normaal niet gemaakt worden. Arbeidersdrama (Wouterse heeft zelf vroeger gewerkt als afzuigkappenverkoper, voordat hij naar de toneelschool ging, red.).”

Haptonomie: verdrinken in het moment

“Die zelfkennis die ik heb, heeft Van Basten ook. Dat je heel goed ziet waar je kracht zit. Die zelfkennis is goed als voetballer om grip te krijgen op jezelf. Op je ontwikkeling. Mijn sterkste kant is dat ik een teamspeler ben. Ik kan de sfeer positief beïnvloeden. En ik ben een analyticus. Waar gaat die scène nou eigenlijk om? Eerst moet je een scène uitkleden en dan weer aankleden. Het gaat om intuïtie en daarop durven vertrouwen. Vroeger als clown kon ik helemaal verdrinken in een veter. En dan vijfhonderd mensen in die veter proberen te zuigen. Die concentratie die je daarvoor nodig hebt. Je moet er in verdrinken, de controle nemen over het moment. Want als jij het niet gelooft, geloven die andere mensen het ook niet.”

“Dat is weer die haptonomie. Je moet in het moment kunnen verdrinken, zoiets. Ik ben altijd wel bezig met wat er goed gaat. En dat ook kunnen benoemen, zodat je dat kunt herhalen. Maar ook met wat er nog niet helemaal lekker liep. Altijd mee bezig. Altijd. Die King Lear namen we in Brussel op, dan ben je sowieso een beetje van de wereld. Een soort trainingskamp eigenlijk. Met alleen maar de focus op verbeteren. Ik probeer mezelf altijd wel te analyseren. Dat je het moment herkent. Dat je gewapend bent. Emanuelson overkomt het nu, in plaats van dat hij ervoor gewapend is. Wat is je kracht? Dat is belangrijk om te weten. Soms zie ik acteurs worstelen met iets en dan probeer ik ze te helpen. Je moet elkaar ook corrigeren. Dan word je een team. Als Heitinga met Emanuelson overlegt, ´Ik wil meer op mijn linkerbeen hier worden aangespeeld´, dan weet je waar een andere jongen mee zit. Dan kun je elkaar in de wedstrijd ook helpen. Ik hoef geen regisseur zijn, ik wil spelen! Ik regisseer wel mee. Ik probeer te helpen. Met Suarez en dat vallen enzo, vroeger hadden ze dat gewoon in het team gecorrigeerd. Dan lieten ze je gewoon even voelen wat echte pijn is. Dat is ook niet altijd dé manier, maar dat soort groepsprocessen is belangrijk.”

Uiteindelijk moet je een goed mens worden

“Laatst zat ik televisie te kijken. Zie ik een terreinknecht van een voetbalclub in Nederland het Arsenal-stadion betreden. Vond hij helemaal geweldig. Een grote eer. Die man kreeg tranen in zijn ogen toen hij op het veld kwam. Dan raak je wel de essentie van waar het om gaat. Want waarom is alles zo materialistisch tegenwoordig? Het communisme heeft lang geleden afgedaan. Alleen het materialisme nog niet. Jongens van twintig willen tegenwoordig een stropdas op en alleen maar binnen vijf jaar financieel binnen zijn. Zo materialistisch. Er moet iets idealistisch tegenover het kapitalisme komen. De Nederlandse cultuur is ook heel arm. Ik ga vaak naar Spanje. Dat ´jagen´ doen ze daar niet aan mee. We denken hier in hokjes. Je hebt feestjes voor kinderen van twaalf tot achttien jaar. En feestjes voor ouderen. Op een feest in een dorp in Spanje danst een opa met een meisje van twaalf. Daar gaat het om.”

“Een tijd geleden zag ik Sjakie Swart samen met Robbie de Wit op het honderdjarig bestaan van Ajax. Dan zit ik al met tranen in mijn ogen. Robbie de Wit is een échte Ajax-linksbuiten. Ik heb een beetje gepraat met hem. Hij kon zijn carrière niet afmaken vanwege die beroerte die hij kreeg. Ik vroeg hem of hij niet heel veel spijt had dat hij al die successen met de generatie Gullit en Van Basten niet heeft meegemaakt. Zegt ie: ‘Ik heb een kind’. Zo mooi! Dat is zijn geluk. Goeie gozer. Iemand die goed in het leven staat. Dat maakt de club, de historie. Mensen die van Ajax houden. En daar praat je met elkaar over. Voetbal maken we heel belangrijk. Maar het gaat nergens over. Je kunt makkelijk zonder. Waar gaat het nou om in het leven? Ik ben net Roef Ragas verloren, mijn collega. Wat is er dan belangrijk? Andere mensen gelukkig maken, daar word je pas gelukkig van!”

“Mensen die voetbal kijken, kunnen zó gelukkig worden van voetbal kijken. Daar moeten die voetballers aan denken in plaats van aan nog meer miljoenen verdienen. Mijn vrouw werkt als onderwijzeres in de Bijlmer. Nu helpt ze een jongen uit ROC 4. Ze geeft hem stiekem bijles op zondag. En die jongen bloeit helemaal op. Dat is echt waanzinnig! Goed mens worden is een veel breder doel. En daar hoort je vak bij. Zoals profvoetballer ook een vak is. Dat moet je zo goed mogelijk doen. Met passie maken wat je doet hoort bij de dingen. Uiteindelijk moet je een goed mens worden. Je vrouw gelukkig maken. En je moeder.”

Geef een reactie